Boek: Spiral Dynamics

Spiral Dynamics - Denkfundamenten ontsluierd

Follow Max Herold on Twitter

Met toestemming van Pentascope overgenomen uit: 'Great Place to Live' - krant no1, jaargang 01.

Culturele integratie staat in het centrum van de belangstelling. Daardoor blijft er nog maar weinig tijd en energie over voor een minstens even groot integratieprobleem: dat tussen de protestgeneratie en de netwerkgeneratie.

De sterk toegenomen snelheid van technologische ontwikkelingen in de geavanceerde economieën van het noorden, zorgt ervoor dat de levenscycli van generaties alsmaar korter worden. Steeds meer leeftijdsgroepen met sterk verschillende vaardigheden en waardenoriëntaties zijn met elkaar in interactie en hebben steeds meer moeite om elkaar te begrijpen.

Momenteel is die kloof het grootst tussen de babyboomers van de protestgeneratie en de screenagers van de netwerkgeneratie. Een generatie-integratiedebat is geboden, willen beide groepen niet structureel van elkaar vervreemden en mogelijkheden om van elkaar te leren definitief verdwijnen.

De protestgeneratie.
De protestgeneratie is echter niet geïnteresseerd in dat debat. De babyboomers hebben immers de macht. Zij bezetten de belangrijkste stoelen in de politiek, op de ministeries, in de raden van bestuur van de grootste ondernemingen, bij de publieke omroepen, in de journalistiek, etc. Ze zijn verslaafd aan beheersing door middel van planning en control en gericht op het verwerven van nog meer macht, geld en status. Ze bevolken in grote getale de skyboxen, golfbanen en fundraising gala's. In hun garages staat niet zelden een Harley Davidson voor een beschaafd toertje op zondagochtend om hen te herinneren aan de tijd dat ze protesteerden tegen de mannen op wier stoelen ze nu zelf zitten. In de jaren '60 hebben ze elkaar getraind in het opkomen voor de eigen belangen. Sinds die tijd kapitaliseren zij op de toen opgedane competenties.

Over alles wat hen niet zint, blijven zij hard roepen dat het anders moet. De babyboomers lijken zich nauwelijks te realiseren dat zij nu zelf het establishment zijn geworden en dus vooral naar elkaar aan het roepen zijn. Ze vormen een golfende elite die ronddraait in gesloten kringetjes, waarvan de dynamiek door de moderne generatie saai en sloom gevonden wordt. Zij zorgen voor esoterische rituelen binnen een gesloten systeem waar de screenagers vrolijk omheen surfen. Die hebben geen boodschap aan de politiek, de publieke omroepen, de krant of het traditionele theater. De protestgeneratie ziet dat wel, maar overtuigd als ze is van haar eigen gelijk, weet ze weinig anders te melden dan dat die houding zeer onverstandig is.

Zonder zich te verdiepen in de andere cultuur, verzinnen de babyboomers maatregelen om de dissidente generatie weer op het rechte pad te krijgen. In de meeste gevallen komen die maatregelen er op neer dat de jongeren zich moeten aanpassen aan de opvattingen van de protestgeneratie. De aanpak is steeds dezelfde: ze hebben het nog niet begrepen en dus moeten we het beter uitleggen. Dat leidt tot meer spotjes, meer voorlichting, meer regels en procedures, meer Cito-toetsen, kortom: tot meer van hetzelfde.

Tegelijkertijd start binnen de protestgeneratie dan doorgaans een debat over de effectiviteit en efficiency van de voorgestelde maatregelen. Dat richt de energie weer naar binnen waardoor het old boys netwerk een nieuw esoterisch kringetje heeft verkregen om in rond te draaien. Een mooi voorbeeld van die dynamiek is het recent opgestarte debat over de canon. De netwerkgeneratie weet niet eens dat het aan de gang is.

De netwerkgeneratie.
De screenagers zijn de eerste generatie die opgroeide met tv en computer onder handbereik, met het downloaden van muziek en films, met MSN en mobiele telefoons. Zij zijn van mening dat luisteren naar een ?autoriteit om de autoriteit' een culturele vergissing is van vorige generaties. Zij zijn niet tegen luisteren, discussi?ren of protesteren, maar het moet wel nut hebben anders is het energieverspilling. Babyboomers kunnen voor dat gebrek aan doorzettingsvermogen maar weinig respect opbrengen. Een oudere bestuurder van een grote onderneming hoorde ik laatst zeggen: 'Het zijn lastige, verwende, aandacht-vragende, niet loyale, egoïstische jongelui zonder principes. Watjes, die als het moeilijk wordt, weg gaan of lichamelijke klachten beginnen te vertonen'.

Screenagers leven in een betrekkelijk hiërarchieloze wereld waarbinnen rankings niet zo veel betekenis hebben omdat iedereen tegelijkertijd lid is van verschillende netwerken en culturen. Wat goed of beter is, doet er niet zo veel toe. Belangrijker is het feel good-gevoel en het jezelf kunnen zijn, gematerialiseerd in de standaard groet: respect. Ze zijn niet links of rechts, niet progressief of conservatief, maar issue-driven. De netwerkgeneratie slaat de brug tussen de Information Age en de Imagination Age. Ze kopen en verkopen verhalen en belevenissen en leven meer in een klank- en beeldcultuur dan in een tekstcultuur.

Hun onderscheidende vaardigheid is multi-tasking/parallel processing en hebben het vermogen om twentyfour/seven te communiceren in wisselende netwerken. Ze zijn niet geabonneerd op een krant; ze lezen Die Zeit, The Economist en The New York Times. 'Voor de jurken van de Oscarwinnaressen koop ik een Beau Monde. Voor rioolnieuws surf ik naar geenstijl.nl', aldus Merel Boers (25).
DJ's, VJ's, designers en connectors vormen de informele elite van de netwerkgeneratie.

De protest versus de netwerkgeneratie.
De twee meest bepalende verschillen tussen de protest- en de netwerkgeneratie zijn tekst- versus beeldcultuur en het sequentieel versus parallel uitvoeren van taken.

In de tekstcultuur van de babyboomers gaat het om rapporten, verslagen, notulen, wijzigingen op die notulen, om de precieze betekenis van woorden en om de context waarin die woorden begrepen moeten worden. Zetelend achter hun bureaus, sonderend in de wandelgangen of aangeschoven aan de tafels van hun vergaderpaleizen, wordt een groot deel van het werk van de protestgeneratie in beslag genomen door het maken van teksten en door het voeren van onderhandelingen over de validiteit en vaststelling van die teksten.

De organisatiepsycholoog Feltmann heeft die modus operandi al in 1991 indringend beschreven: 'Managers en bestuurders van organisaties vullen hun dagen met het produceren en consumeren van kilometers tekst. Zij formuleren beleid (tekst), zij beoordelen adviezen (tekst), zij vergaderen over plannen en problemen (tekst), zij bedenken strategieën en structuren (tekst), zij veranderen de cultuur (tekst) en zij vragen informatie (tekst) of worden ermee overspoeld. Veel managers leven in de vaste veronderstelling dat al deze teksten een niet-talige werkelijkheid representeren of cre?ren, zoals bijvoorbeeld 'beter onderwijs', ?doelmatiger gezondheidszorg' of 'grotere overlevingskansen voor de organisatie'. Dergelijke werkelijkheden kennen zij echter ??k alleen maar als tekst, in de vorm van rapporten, getallen, mondelinge informatie en dergelijke'.

De netwerkgeneratie leeft daarentegen in een klank- en beeldcultuur, die veel holistischer en organischer is. Woorden moet je sequentieel verwerken en dat kost dus kostbare tijd, terwijl beelden en klanken er ineens helemaal zijn en voor hen bovendien meer informatie bevatten. Voor screenagers moeten teksten vooral kort en functioneel zijn en hoeven ze geen esthetische waarde te hebben. Daarom kun je in hun ogen ook niet snel fouten maken bij het produceren van tekst; zie de tot een minimum gereduceerde MSN-taal. Een voorbeeld: 'My  smmr hols wr CWOT. B4, we usd 2go2 NY 2 C my bro, his GF & thr 3:-) kds'. Vertaling: 'My summer holidays were a complete waste of time. Before, we used to go to New York to see my brother, his girlfriend and their three nice kids'.

Smiley's komen als een soort visuele gedichten de traditionele taal binnen. Het is de beeldcultuur die de tekstcultuur infiltreert. De klankcultuur van de screenagers wordt gedragen door MP3- en ringtone databases waarmee je naar anderen communiceert over de netwerken waartoe je behoort en over de mood waarin je verkeert. Ook vanuit de klankcultuur wordt de traditionele tekstcultuur geïnfiltreerd. Dat gebeurt met rap: een muziekvorm waarbij waarderende of afkeurende (dis) teksten gedeclameerd worden tegen de achtergrond van een krachtig en constant volgehouden ritme.

Het tweede grote verschil tussen de protest- en de netwerkgeneratie is het vermogen van de laatste tot multi-tasking of parallel processing. Babyboomers doen één ding tegelijk. Alles heeft zijn vaste volgorde. Zij leven in een wereld waarin anamnese, diagnose, analyse, therapie en prognose een dwingende volgorde aangeven. Alles op zijn tijd, eerst dit, dan dat en niets overslaan. Twee dingen tegelijk doen, gaat ten koste van de kwaliteit van beide en het uitgangspunt van de protestgeneratie is dat de kwaliteit van alles altijd zo hoog mogelijk moet zijn. Een 9 op je rapport voor Spaans is in alle gevallen beter dan een 6. Screenagers vinden investeren in een 6 meer dan voldoende als hun Spaanse netwerkgenoten ook de Engelse (SMS) taal verstaan.

Omdat het de netwerkgeneratie vooral gaat om functionaliteit - als het werkt, is het goed -, hoeft niet voortdurend gestreefd te worden naar het maximaal bereikbare en kunnen dus meerdere dingen tegelijk gedaan worden: huiswerk maken, terwijl je naar een film kijkt, muziek luistert door je headset en simultaan aan het chatten bent met verschillende mensen. De protestgeneratie hanteert nog een tweede argument op basis waarvan die manier van opereren gediskwalificeerd wordt: het is onfatsoenlijk om twee dingen tegelijk te doen, als daar verschillende mensen bij betrokken zijn. Een duidelijk voorbeeld daarvan is dagelijks te zien bij tankstations. Afrekenen terwijl je mobiel aan het bellen bent, kan technisch wel, maar veel oudere employees achter de kassa weigeren te helpen als het telefoongesprek niet onderbroken wordt zodat de klant zijn volle aandacht kan geven aan het afrekenproces. Jongere bedienden hebben met het parallel processen van een telefoongesprek en een financi?le transactie niet de geringste moeite, omdat zij het zelf ook doen.

Ik geef twee voorbeelden van studenten die de vaardigheden van de netwerkgeneratie tot op grote hoogte hebben ontwikkeld: Joris volgt twee studies - psychologie en bestuurskunde -, organiseert psychologiecursussen voor 'huisvrouwen', is samen met Steve DGA van een BV die chauffeursdiensten levert, heeft zelf nog een bedrijf dat ?AppelSap' heet en hiphop feesten organiseert en kijkt regelmatig twee films tegelijk op zijn splitscreen plasmascherm.

Steve heeft eerst een jaar door Australië getrokken omdat hij niet wist of, en zo ja, wat hij zou gaan studeren, studeert nu psychologie en onderwijskunde, is samen met Joris DGA van genoemde BV, doet stervensbegeleiding, speelt in drie bandjes basgitaar en heeft meegedaan aan Idols. Joris en Steve doen dat alles zonder het door de protestgeneratie ontwikkelde en in bureaucratische schoonheid stervende repertoire van subsidies, matchingsverplichtingen, visitaties, voortgangsrapportages, kennisknipkaarten, innovation officers, innovatieadviseurs, regionale ontwikkelingsmaatschappijen, e.d.

Kloof
De geschetste kloof tussen beide generaties is er de oorzaak van dat er op belangrijke maatschappelijke terreinen zoals de politiek, het bedrijfsleven en het onderwijs thans sprake is van een disconnect tussen beide groepen. Zo zijn de screenagers nauwelijks nog ge?nteresseerd in politiek. Ze zien het politieke systeem als een traag functionerend teksverwerkend bedrijf dat niet met hen maar in het beste geval over hen spreekt. Een bedrijf dat vooral opkomt voor haar eigen lokale en egocentrische belangen; voorbeeld: de financiering van de pensioenen.

De netwerkgeneratie leeft in een Global Casino. Voor de meeste van hen zijn onderwerpen als duurzaamheid, solidariteit, sociale verantwoordelijkheid, interculturele samenwerking  en zelfsturing geen issues die geconditioneerd moeten worden, maar vanzelfsprekendheden. Ze zijn niet zoals de babyboomers de hele dag bezig om te excelleren, om beter te zijn dan de ander, om meer te hebben dan de buurman. Ze willen ?gewoon' een rechtvaardige samenleving van mensen die respect hebben voor elkaars opvattingen en gedragingen.

In het bedrijfsleven zien we die disconnect zich vooral manifesteren als het om innovatie gaat. De standaardreflex van de protestgeneratie is het verjuridificeren van de samenwerking met behulp van concurrentiebedingen, patenten, non-disclosure en confidentiality agreements en meer van dergelijke teksten.

De netwerkgeneratie heeft eerst open source software ontwikkeling uitgevonden en daarna open innovation. Op basis daarvan zijn Linux, Google, Debian, Kazaa, eBay en Creative Commons ontstaan, is het Public Human Genome Project succesvol verlopen en zijn bepaalde doorbraken in de astronomie bereikt.

Ook het onderwijs wordt door de netwerkgeneratie als dramatisch traag beleefd en daarom voor een groot deel als tijdverspilling gezien. Alles is ingericht volgens een lineair verlopend leermodel, waarin de student stap-voor-stap werkt van makkelijk naar moeilijk: eerst dit en als je daar een voldoende voor gehaald hebt, dan pas dat. Er wordt niet gekapitaliseerd op het vermogen van de screenagers om niet-lineair (iteratief en concentrisch) te leren, evenmin als op hun vaardigheid om grote hoeveelheden data parallel te processen en al onderzoekend een betekenisvol geheel te construeren uit onsamenhangende brokken informatie.

Gegeven die vaardigheid is het volstrekt begrijpelijk dat Cito-toets vragen als: 'Wat veroorzaakte de teloorgang van de wolindustrie in het district Lancaster aan het eind van de 19e eeuw?', door hen als volstrek irrelevant terzijde geschoven worden.

Een droevig effect van de generatiekloof in het onderwijs, is het geringe animo voor bètastudies. Screenagers spelen vrijwillig, vaak meerdere uren per dag spelletjes, waarbij ze van achter hun beeldscherm, al doende proberen patronen te ontdekken in de hun aangeboden virtuele werkelijkheid. Vinden ze de juiste algoritmen, dan kunnen ze het spel op een hoger level gaan spelen. De beloning is geen cijfer, maar een volgende uitdaging. In de exacte wetenschappen doen we niet anders, met dit verschil dat we daar proberen wetmatigheden te ontdekken in de reële werkelijkheid. Gegeven de steeds verder teruglopende belangstelling voor bètaonderwijs, moet de conclusie daarom zijn dan dat de manier waarop we de netwerkgeneratie die vaardigheid willen bijbrengen, niet deugt.

Verschillen tussen generaties zijn er altijd geweest en zullen er ook altijd blijven. Het bijzondere op dit moment is echter, dat de nu aan de orde zijnde kloof tussen de protestgeneratie en de netwerkgeneratie veel minder het gevolg is van verschuivende waardenoriëntaties en veel meer van verschillen in vaardigheden: de vaardigheid om ook helder te communiceren in klank- en beeldtaal en het vermogen om meerdere taken tegelijk goed genoeg uit te kunnen voeren (multi-tasking).
De kernvraag is of de protestgeneratie bereid is respect op te brengen voor die vaardigheden en de praktisering daarvan te faciliteren.

Mathieu Weggeman
Hoogleraar Technische Bedrijfskunde
Technische Universiteit Eindhoven
Gepubliceerd op managementissues.com: april 2006.