Boek: Spiral Dynamics

Spiral Dynamics - Denkfundamenten ontsluierd

Follow Max Herold on Twitter

Als een land van de omvang en bevolkingsgrootte van China jarenlang een economische groei doormaakt heeft dat een forse impact op de hele wereld. James Kynge voorspelt dat de komende jaren iedereen de gevolgen van wat er in China gebeurt aan den lijve zal ondervinden. Dit geldt in ieder geval voor producten die we kopen, vraag naar grondstoffen, voedsel, internationale kapitaalstromen, milieu en globale machtsverhoudingen. Onder waarnemers wordt nu al verwacht dat China rond 2040 de Verenigde Staten als grootste economie voorbij zal streven.

James Kynge, die twaalf jaar werkzaam is geweest als journalist in China, zet een indrukwekkend beeld neer van het China van vandaag. Een China met een enorm potentieel, maar ook met zwaktes die het land verstikken en problemen die het exporteert!

Sinds de hervormingen in 1978 is de economische groei in China de hoogste geweest van alle grote economie?n ter wereld. Vanaf 2003 lijkt het besef door te dringen dat de omslag die China heeft gemaakt de manier waarop de wereld functioneert ingrijpend zal veranderen. Een illustratie is dat in 2003 plotseling overal in de wereld riooldeksels uit straten verdwenen. Dit gebeurde omdat de prijs van schrootijzer door de vraag uit China tot recordhoogten werd opgedreven. Kynge typeert China als een hogedrukpan met oververhittingsverschijnselen en uitbarstingen die de wereld op duizend en ??n manieren zullen veranderen.

Over het algemeen denkt men dat de start van de economische hervormingen in China in 1978 een geplande, van hogerhand opgelegde onderneming was, die werd geleid door een man die vaak de architect van de vooruitgang  wordt genoemd, Deng Xiaoping. In werkelijkheid echter waren veel ontwikkelingen die het kapitalisme bevorderden noch gepland, noch gewild of volstrekt toevallig. Dengs verdienste was niet dat hij alle strategie?n die ten grondslag lagen aan China's economische groei bedacht, maar dat hij bereid was om mee te gaan met alle regelingen die in de praktijk de groei bewerkstelligden die het land zo dringend nodig had. Dit was geen geringe prestatie, want vanaf de zijlijn werd hij continu scherp in de gaten gehouden door conservatieve partijideologen die het minste of geringste zouden aangrijpen om hem van revisionisme te beschuldigen.

China staat aan het begin van een forse verstedelijking. Momenteel wonen er ongeveer 400 miljoen mensen in steden, maar men verwacht dat dit aantal zal groeien tot circa 1 miljard in 2050. Zolang deze urbanisatie doorgaat zal de wereldwijde vraag naar staal, aluminium, koper, nikkel, ijzerets, olie, gas, kolen en vele andere basismaterialen en grondstoffen groot blijven. Deze verstedelijking wordt tot stand gebracht met behulp van een leger arbeidskrachten dat bereid is om tegen lage lonen te werken. Voeg hieraan toe de hoogstaande technologische mogelijkheden in vergelijking met eerdere fasen van economische groei in de wereld, zoals de Industri?le Revolutie en het wordt duidelijk dat de groei in een ongekend hoog tempo voort kan gaan. Parallel werkt China eveneens in een hoog tempo aan een nieuwe infrastructuur naar het voorbeeld van de Verenigde Staten.

De bevolkingsomvang van China is natuurlijk enorm. Naast een zegen in de vorm van arbeidspotentieel en thuismarkt is dit echter ook een vloek vanwege de noodzaak om werkgelegenheid te cre?ren. Die druk is zo groot dat bedrijven - met behulp van overheid en banken - blijven produceren ook als er al lang geen winst meer wordt gemaakt. Dit verklaart mede de lage prijzen. Kenmerkend voor de Chinese economie is dat het aanbod van bijna alle producten structureel te groot is. Er is in China geen werkzaam mechanisme dat hier een rem op zet. In de meeste westerse landen bestaat  bijvoorbeeld een faillissementwet of zijn er banken die zich zorgen maken of hun leningen wel terugkomen. Het Chinese antwoord is: export! De drijfveer voor internationalisering is dus gelegen in interne zwakte in plaats van in sterkte.

Een tweede oorzaak van de lage prijzen laag is productpiraterij. Midden jaren negentig werd dit een wijd verbreid verschijnsel. Producten werden volledig gekopieerd. In feite gaat het hier om diefstal van intellectueel eigendom. Het gevolg was een snelle waardedaling voor een groot scala van producten. In het verlengde hiervan zien we dat China nu over de hele linie in hoog tempo technologische vorderingen maakt.
Het verschil met de rijke landen is dat die technologische groei niet zozeer tot stand komt door  research, maar door handel. Oftewel als het niet gepikt kan worden, wordt het wel gekocht! Om die reden is de gedachte dat China nog jaren in middelmatigheid zal blijven steken ?wishful thinking'.

Naast de enorme groei van de economie in China zijn Chinezen ook actief in andere landen, waaronder Europese landen. Na een aantal jaren in dienst van een Europese onderneming gewerkt te hebben beginnen veel Chinezen in Europa voor zichzelf en maken zij gebruik van de nauwe betrekkingen met China. Veel werk wordt uitbesteed aan Chinese fabrieken. Dit gebeurt bijvoorbeeld in Itali? in de textielnijverheid

Opvallend is dat Europese regeringen hier geen beleid op hebben. Kynge concludeert dat Europese ondernemingen vanwege hun relatief hoge loonkosten op de langere termijn niet kunnen concurreren, wat voor maatregelen zij, of de EU, ook nemen. Voor politici is het onmogelijk om de Europese kiezers, die al opgezadeld zijn met twintig miljoen werklozen, te overtuigen van de noodzaak van inkrimping, offshoring, outsourcing en loonsverlaging.

De concurrentie vanuit China is ongelijk. Internationaal is dit dan ook een bron van kritiek. De Chinezen hebben de waarde van hun munteenheid aan de Amerikaanse dollar gekoppeld en houden de waarde kunstmatig laag, zodat hun export een groter concurrentievermogen heeft. Ze bieden arbeiders nauwelijks of geen sociale voorzieningen, waardoor hun kosten laag zijn. Er zijn geen onafhankelijke vakbonden die veiligheidsnormen afdwingen. Het systeem van staatsbanken zorgt voor goedkope kredieten aan staatsbedrijven die financieel in gebreke kunnen blijven zonder dat er consequenties aan worden verbonden. De centrale overheid geeft exporteurs kortingen op de b.t.w., die buitenlandse bedrijven niet krijgen.

Er bestaan nauwelijks beperkingen op de emissies van schadelijke stoffen in China, dus ondernemingen hoeven relatief weinig uit te geven om het milieu te sparen. Chinese ondernemingen stelen stelselmatig buitenlands intellectueel eigendom, maar het is moeilijk ze te vervolgen omdat de rechtbanken corrupt zijn of onder staatstoezicht staan. Tenslotte houdt de staat de prijs van diverse basisproducten als elektriciteit en water kunstmatig laag, waardoor de industrie wordt gesubsidieerd.

Het wordt ondernemingen en regeringen steeds duidelijker dat ze zich in de industriesector niet kunnen meten met China. De impact van China is ongelijk verdeeld. Niet iedereen ondervindt de nadelige gevolgen. Grosso modo hebben de rijken, de multinationals en de machtigen er veel baat bij, terwijl de middenmoot er onder lijdt. Samenwerken met Chinese ondernemingen brengt namelijk kosten en risico's met zich mee die de meeste middelgrote bedrijven zich niet kunnen permitteren.

Ook regionaal gezien zijn de baten ongelijk verdeeld. De landen die het meest profiteren zijn in het algemeen rijk aan energie en bodemschatten, maar doen weinig op het gebied van industri?le productie. Afrika heeft er bijzonder veel profijt van en ook in Azi? en Australi? is het beeld positief. Voor Latijns Amerika ligt het genuanceerder omdat de goedkope producten daar concurreren met de industrie in Brazili? en Mexico. Ook Amerika en Europa profiteren, maar hebben er, voor een belangrijk deel als gevolg van eigen binnenlandse tekortkomingen, steeds meer moeite mee een netto voordeel te zien in de betrekkingen met China. De cruciale vraag voor de toekomst is dan ook niet zozeer wat het effect van de opkomst van China op de wereld zal zijn, maar in welke mate de wereld China zal toestaan zijn ontwikkeling voort te zetten of ervoor zal kiezen de eigen economie zwaar te beschermen.

Naast de enorme economische ontwikkeling die bewondering wekt zijn er ook een aantal mindere kanten aan de Chinese opkomst. Allereerst is er de impact van de ecologische uitputting. Dit is het gevolg van decennialange, grootschalige uitbuiting van de natuur en de ecologische minachting die het tijdperk van het communisme kenmerkte. Daarnaast is sprake van een scheve verhouding tussen de omvang van de bevolking en de vraag naar grondstoffen die ertoe leidt dat de uitputting voortgaat.

Het besef wat het kost om de aangetaste Chinese natuur te herstellen begint nog maar net door te dringen. Het herstel is zo'n enorme taak dat het de uitmuntende economische ontwikkeling zou kunnen afremmen of zelfs doen ontsporen. Ter illustratie van de omvang geldt dat van de 20 meest vervuilde steden er zestien uit China komen. Problemen ontstaan verder in de watervoorziening, luchtvervuiling, ontbossing en broeikaseffect. Daarnaast heeft de Chinese vraag negatieve effecten op andere landen waar het vanuit moet importeren. Ook daar heeft de natuur te lijden onder de Chinese groei. Naarmate het besteedbaar inkomen stijgt zal de vraag naar grondstoffen alleen nog maar toenemen.

Voor de toegang tot hulpbronnen moet een beroep worden gedaan op landen die door de Verenigde Staten tot paria's zijn bestempeld. De wens van China een veilige transportroute te hebben voor olie en andere hulpbronnen  is van cruciaal belang voor voortgaande groei. Naast de kwestie Taiwan kan dit een nieuwe bron van spanning worden tussen de grootmachten. Voorbeelden van landen waarmee China moet samenwerken zijn Soedan, Oezbekistan, Zimbabwe en Iran. Amerika bekijkt dit proces met groeiende bezorgdheid. Tot dusver heeft dit gelukkig niet geleid tot een wederopleving van de dynamiek van de Koude Oorlog, maar het risico van escalatie ligt op de loer.

De omvangrijke bedrijfstak van namaakproducten en de schending van het intellectuele eigendomsrecht zijn symptomen van een diepere crisis. De doorwerking van nep en namaak doet zich bijna overal voelen. Identiteit is in het moderne China iets wat je kunt kopen en verkopen. Er is sprake van een grote en groeiende ondergrondse economie die niet tot uiting komt in de offici?le cijfers. De omvang van het zwarte circuit zou een derde van de offici?le economie kunnen bevatten. Het grijze circuit kan daarnaast ook nog gigantisch zijn. Er is daarnaast ook sprake van een morele crisis in de persoonlijke betrekkingen. Buitenechtelijke relaties, vaderschapstests en echtscheidingen nemen in steden langs de oostkust explosief toe. Het aantal particuliere detectives, een beroep dat iets meer dan tien jaar geleden niet eens bestond, loopt nu in de honderdduizenden.

Chinese bedrijven verliezen jaarlijks forse bedragen vanwege de ongunstige beeldvorming die is ontstaan. Het negatieve imago is ontstaan door onder andere inferieure producten, namaak, jatten van intellectueel eigendom, uitbuiting van arbeiders, aantasting van de mensenrechten, het bloedbad in 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede, nepotisme en corruptie bij de overheid, vervolging van religies en andere vormen van spiritualiteit, een verziekt milieu, uitbarstingen van fel nationalisme en de oppositie tegen de dalai lama in ballingschap. Dit soort indrukken kunnen tezamen de houding van mensen in het Westen bepalen wanneer ze ?made in China' op producten zien staan.

In het Chinese onderwijs wordt kinderen geleerd dat Communistisch China werd gegrondvest op ?honderd jaar van verzet van het Chinese volk tegen buitenlandse agressie'. Hoewel de internationale ori?ntatie toeneemt wordt er vanuit de overheid weinig gedaan om een geest van verzoening of vergeving te kweken. Hoewel het waar is dat het kweken van sympathie tussen volken uiteindelijk misschien niet genoeg is om geweld tussen staten te voorkomen, kan het wel een rem zijn op escalatie.

Veel van de zwakke punten en tekortkomingen in de economie zijn te herleiden tot een alomvattende contradictie. Het op gang houden van een steeds verfijnder kapitalistische economie staat op gespannen voet met een politiek systeem dat ooit ontworpen was om eenduidige bevelen te doen uitgaan van ??n enkele bron van gezag. Het voornaamste probleem met het Chinese politieke systeem is dat het geen ?checks and balances' toestaat - de ingebouwde controlemechanismen die nodig zijn om een kapitalistische economie op effici?nte wijze onder controle te houden en te reguleren. Er is bijvoorbeeld geen sprake van onafhankelijk toezicht op de  beurs, het bankwezen en het milieu. Tevens is de regelgeving zwak, is er geen onafhankelijke rechtspraak en is er veel corruptie.

Kynge heeft een boek geschreven waar we niet omheen kunnen. De wereld zal veranderen ten gevolge van de ontwikkeling van China. De reus is uit zijn slaap ontwaakt en laat zijn aanwezigheid voelen. Het boek fascineert door het thema en de verbinding van gedegen analyses en boeiende voorbeelden. Je schiet er doorheen!

Bert van Ravenhorst,
februari 2007,
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.