Boek: Spiral Dynamics

Spiral Dynamics - Denkfundamenten ontsluierd

Follow Max Herold on Twitter

Voor Ferdows Kazemi, politiek vluchtelinge en Iranese van geboorte, is de absurde beeldvorming rondom Iran door de reguliere media een doorn in het oog. Media die mee debet zijn aan oorlogsdreigingen door de wijze van verslaggeving en beeldcreatie. En daarmee juist het tegenovergestelde realiseren wat wenselijk is: een transitie van Iran richting een democratie. Een artikel van haar hand.

In het westen bestaat het beeld van Iran dat er geen democratisch systeem is, dat het een kernbommenprogramma is gestart om Israel aan te vallen, dat de bevolking onderdrukt wordt door een misdadig regime en dat de vrouw een minderwaardige positie inneemt. Dat beeld heeft geleid tot een economische boycot, dat steeds verder wordt uitgebreid en dat er zelfs openlijk gesproken wordt over militair ingrijpen.

Hoewel ik geen expert ben op het terrein van buitenlandse politiek wil ik in dit betoog, op basis van mijn ervaringen als vluchtelinge voor het regime, onderbouwen dat er betere strategieën zijn om Iran terug te brengen in “de gemeenschap van vrije volken”. Dat begint met de erkenning dat het Iraanse volk niet onderdrukt wordt én dat het nog niet klaar is voor een westers, democratisch systeem. Overigens is het al wel een heel eind op weg daar naar toe.

Ik begin met een korte terugblik op de belangrijkste veranderingen van de laatste drie decennia in Iran. Die veranderingen duiden mijn inziens op het ontstaan van een vruchtbare bodem voor een “democratisering” van binnenuit. Volgens mij is namelijk een van de belangrijkste voorwaarden voor een goed functionerend democratisch systeem dat een volk in grote mate gealfabetiseerd is en bewuste keuzes kan maken.

Vlak voor de islamitische revolutie, die dit jaar zijn 30e verjaardag viert, was dat nog zeker niet het geval. Toen was meer dan de helft van de Iraanse bevolking analfabeet. In dat afgelopen 30 jaar heeft zich echter een ware sociale revolutie voorgedaan, waardoor die basis voor democratisering nu wel aanwezig is. Zo is het percentage geschoolden in de leeftijdgroep van 25-64 jaar van 27% naar 67% gestegen.

Door de islamitische regering is veel energie en geld besteed aan de scholing van analfabeten en het naar school halen van vooral meisjes in het platteland en kleine steden. Overigens had de Sjah van Iran met zijn witte revolutie in de jaren zestig- zeventig hetzelfde geprobeerd. Maar hij faalde, omdat hij dat veel te veel deed vanuit een westers perspectief, waarbij hij met het onderwijs ook de stadse, westerse gebruiken naar het platteland wilde brengen. De vrouwelijke, witte soldaten van de Sjah, die gedwongen naar het platteland gestuurd werden om daar onderwijs te geven, waren met hun korte rokjes in de ogen van de dorpelingen de marsvrouwtjes gestuurd door iemand die hun religie ondermijnde en hun gewoontes verafschuwde. Die poging moest wel stranden.

De islamitische revolutie heeft het volk – in de eigen beleving - niet alleen politiek bevrijd van een dictatuur, maar ook cultureel van een verrader die Gods woord niet sprak en die de islamitische regels ondermijnde. Het was dus niet verbazingwekkend dat de Iraanse bevolking na het vertrek van de Sjah massaal naar de stembussen ging om ja te zeggen tegen een islamitische regering. De islamitische republiek van Iran is het resultaat van 99% van de stemmen in het referendum van toen. Een in behoorlijke vrijheid uitgesproken democratische keuze voor een niet-democratisch regime.

Nadat de islamieten aan de macht kwamen stortten ze zich, parallel aan het afrekenen met hun tegenstanders, op het verbeteren van het onderwijsniveau. Vanzelfsprekend was hun alfabetiseringscampagne in de eerste plaats óók een indoctrineringscampagne. Het regime veronderstelde dat door Islamitisch onderwijs de steun voor het regime ook structureel verzekerd zou zijn.

Overigens bleef dit niet bij onderwijs. Ook wat betreft voorzieningen is er een enorme inspanning gepleegd om de grote kloof tussen het platteland en de steden te verkleinen. Veel dorpen werden voorzien van waterleiding, elektriciteit en telefoon. Wegen werden geasfalteerd waardoor het platteland en de steden dichter bij elkaar kwamen. De radio en tv, die voorheen zondebokken waren, kwamen ook op het platteland de huiskamers binnen.

Ook op die manier verwachte men dat de steun van het platteland een permanente basis zou krijgen. Veel schoolgebouwen werden in de dorpen neergezet. De lokale bevolking werd ingeschakeld om meisjes van de boeren op het platteland en de arbeiders in de steden naar school te krijgen. Een hoofddoek dragen werd eerder een deugd dan een schande. Het volk voelde zich serieus genomen, de situatie op het platteland verbeterde daadwerkelijk en daarom steunde het de plannen van de autoriteiten. De oorspronkelijke, hoogopgeleide, stedelijke elite verloor snel haar bevoorrechte positie en raakte door de veranderingen verlamd en passief en vertrok voor een deel naar het buitenland.

De steun voor het “onderdrukkende” regime bij de bevolking kreeg nog eens een extra boost door de oorlog met Irak. De inval van Irak met steun van Amerika, kon niet anders geduid worden dan als een Westerse aanval op de islamitische identiteit van het volk. Het volk steunde dan ook in volle overtuiging de regering in een slopende strijd van 8 jaar lang tegen Irak. En die heilige oorlog bood de autoriteiten bij uitstek de gelegenheid om de westerse democratieën nog verder zwart te maken.

Democratie werd een scheldwoord. Een stelsel gebaseerd op de islamitische wetgeving werd in de ogen van de bevolking de enige mogelijke vorm van het regeren. Bovendien, Iran kwam door de oorlog en door de economische boycot pijlsnel in een economische recessie en de zorg om brood op de plank te krijgen werd langzamerhand de enige zorg van de volwassen bevolking.

Ondertussen lukte het de autoriteiten, door het onderwijs en door de totale controle over de media, ook alle culturele sporen van het vorige regime uit te wissen. Wat in het westen als vrouwenonderdrukking aangeduid wordt, werd in Iran geprezen als het teruggeven van haar ware identiteit aan de vrouw. In de ogen van het Iraanse volk verkoopt het westen leugens over de positie van vrouwen in Iran. Het regime laat dan ook niet na te schermen met de actieve deelname van vrouwen in de politiek en met het grote aantal vrouwen in belangrijke maatschappelijke functies.

Ook het hoge aantal vrouwelijke studenten en afgestudeerden aan de universiteit bewijst de gunstige positie van de vrouwen in Iran (zie ook NRC, Thomas Erdbrink, 5 sep. `08). Inmiddels zijn de vrouwen in Iran de mannen al ruimschoots voorbij gestreefd waar het gaat om hogere scholing. Een ontwikkeling die op dit moment ook in het westen plaatsvindt.

Het gevolg van bovenbeschreven ontwikkeling is dat het grootste gedeelte van de bevolking geen behoefte heeft aan een westers, democratisch systeem en tevreden is met een islamitische regering. Dat wil niet zeggen dat de Iraanse bevolking over alles tevreden is. Beslist niet, want de economische boycot en het onvermogen van de Islamitische leiders waar het gaat om economische ontwikkelingspolitiek, heeft tot extreme hoge werkloosheid en stagnatie in de welvaartsgroei geleid.

Het is die ontevredenheid die de uitgeweken Iraanse elite van voor de revolutie ten onrechte aanziet voor een verlangen naar meer vrijheid en naar de westerse democratie. Men veronderstelt dat het Iraanse volk haar islamitische regering beu is en dat het volk op een reddende hand vanuit het westen zit te wachten. Niets is minder waar.

Ondertussen neemt de internationale druk op Iran toe, wordt de economische boycot steeds verder uitgebreid en wordt openlijk gesproken over een oorlog tegen dit laatste lid van “de as van het kwaad”. Het effect van die druk is averechts. De onmenselijke consequenties die de boycot vooral voor de sociaal economisch kwetsbare lagen van de bevolking met zich mee heeft gebracht, sterkt het Iraanse volk in haar afkeer van westerse democratieën. De kwestie rondom het kernenergieprogramma heeft de bevolking nog verder vervreemd van het westen.

De Iraanse autoriteiten blijven volhouden dat het programma puur bedoeld is voor de vreedzame doelen en de bevolking gelooft dat. En, zo zegt men, zelfs als dat niet het geval is, waarom zou Iran niet over kernwapens mogen beschikken als haar vijanden daar wel over beschikken? Wie is Amerika om ons daarover de les te leren?

Het gevolg van de toenemende druk en steeds omvattender wordende boycot is dat Iran verder geïsoleerd raakt en de aanwezige voedingsbodem voor een meer westerse levenswijze en democratisering geen kans krijgt om zich te ontwikkelen. Die voedingsbodem is in de afgelopen jaren ontstaan. Veel jongeren – de kinderen van de revolutie - voelen zich aangetrokken tot de westerse cultuur. Ze luisteren naar illegale westerse muziek, kijken naar illegale westerse films, lopen hand in hand met hun vriendjes/vriendinnetjes op straat, zijn mondig geworden tegenover de zedenpolitie die ze op straat aanspreekt voor hun onislamitisch gedrag, drijven de spot met de onderwijzers van de islamitische vakken tijdens de colleges aan de universiteit etc.

Dit allemaal hoefde ik 15 jaar geleden, toen ik nog in Iran woonde, niet te wagen. Maar daar tegenover staat de oudere generatie die de revolutie tot stand gebracht heeft. Die blijft trouw aan haar regering en draagt de cultuur die veel onderdrukkende elementen in zich heeft. De beperking die bijvoorbeeld aan de jonge meisjes wordt opgelegd, gaat eerder van de familie uit dan van de autoriteiten.

De houding van de ouderen vertraagt het democratiseringsproces. Maar het is een kwestie van tijd voordat de nieuwe generatie het voor het zeggen krijgt, waar het geduld van een verbitterde elite als ik niet tegen kan. Maar een buitenlandse ingreep zal dit proces eerder vertragen dan versnellen, omdat het de oude generatie in de kaart speelt.

Democratie is geen statisch systeem dat een land van buitenaf opgelegd kan worden. Democratisering is een langdurig proces dat van buiten hooguit in gang en gevoed kan worden. De gewone bevolking moet daar naar toe groeien en er moet een culturele elite ontstaan binnen de bevolking die dat proces leidt en versnelt. Op dat inzicht zou onze politiek jegens Iran gebaseerd moeten zijn.

Zolang het westen blijft volhouden dat Iran tot de as van het kwaad behoort en haar economische boycot tegen dit land niet opheft, zal ze moeten accepteren dat de democratie daar kansloos blijft. We moeten stoppen met onze economische boycot, want daarmee frustreren we de culturele en sociale ontwikkeling van de bevolking.

Daarom zeg ik. Stop met de boycot. Bied actief de Iraanse jongeren gelegenheid om te studeren in het westen, zij kunnen de elite vormen die het volk een zetje geeft op weg naar democratie. Voer uitwisselingsprogramma`s met de Iraanse universiteiten in. Laat het Iraanse volk in contact komen met een andere wereld en van dichtbij kennis maken met een ander politiek stelsel.

Open de grenzen voor jonge mensen om soepel te kunnen reizen naar de westerse landen. Laat de angst voor de onbekende je niet afschrikken en ga gewoon op reis naar Iran. Het is een prachtig en veilig land, helaas mede dankzij de onmenselijk zware straffen op misdaden. Probeer daar in contact te komen met de bevolking. U zult merken dat de mensen in Iran over het algemeen heel gastvrij zijn en geen enkele rancune of vijandigheid jegens westerlingen koesteren, zelfs niet tegen Amerikanen. Als je kunt investeer in dat land, een economische boycot is geen oplossing.

De afgelopen drie decennia hebben we geprobeerd Iran te isoleren en op de knieën te krijgen. Duidelijk is dat die methode niet werkt. Ik geloof heilig in wederzijds contact, want dan ontstaat begrip. Internet is daarbij een uitstekend hulpmiddel. Heel veel jongeren in Iran hebben toegang tot internet en komen ook op die manier in contact met het westen. Een probleem is dat de economische boycot juist die toegang bemoeilijkt. Stop dus daarmee.

Iran is geen bedreiging voor de regio. Natuurlijk, Iran blaft in haar buitenlandse politiek. Maar wees er van overtuigd dat het Iraanse regime de steun van de jongere bevolking ontbeert om zelf een oorlog te beginnen. Overigens hebben de autoriteiten ook nooit beweerd dat ze de intentie hebben om een ander land in te vallen. Het blaffen is primair bedoeld om een harde buitenlandse ingreep in hun binnenlandse politiek buiten de deur te houden.

Laat de kerncentrale met rust, die verdient niet zoveel ophef en commotie. Doe een beroep op het principe van “wie zonder zonden is mag de eerste steen werpen”, en stop met dreigen. Open de culturele en economische poorten en u zult zien dat Iran binnen één generatie een relatief democratisch land is.

Ferdows Kazemi