Boek: Spiral Dynamics

Spiral Dynamics - Denkfundamenten ontsluierd

Follow Max Herold on Twitter

Nederlanders staan er om bekend dat ze graag de wereld intrekken voor zaken of plezier. Bij terugkomst hebben ze dan grote verhalen over de cultuur en de gewoonten van de mensen die ze in de verre landen zijn tegengekomen. Dat alles vanuit het referentiekader Nederland! In zijn boek ‘Dealing with the Dutch’ heeft Jacob Vossestein het omgedraaid. Hij heeft onderzocht hoe buitenlanders die in Nederland op bezoek komen of zich er blijvend vestigen tegen ons aankijken. Dat geeft een boeiend beeld over waar buitenlanders zich over verbazen. Tegelijk geeft Vossestein hier een verdiepingsslag aan door op zoek te gaan naar verklaringen voor ons gedrag. Echte eye-openers!

Nederlanders hebben een probleem met hiërarchie. Ze proberen altijd evenwicht te bewaren tussen het besef van de aanwezigheid van de hiërarchische aspecten van een relatie en tegelijkertijd dat bewustzijn niet al te duidelijk te maken. Dit uit zich onder andere in een gebrek aan decorum, een nonchalante wijze van omgaan met status, laagdrempeligheid van autoriteiten en weinig waardering voor bijzondere prestaties.

Zelfs  klantvriendelijkheid is niet sterk ontwikkeld in Nederland omdat daarin een vorm van hiërarchie wordt gezien. Gewone mensen zijn de norm. Publieke figuren en de elite worden bespot. De underdog kan altijd op sympathie rekenen en al te zichtbare rijkdom wordt niet gewaardeerd. Ook het Nederlandse belastingsysteem is ingesteld op nivelleren. Dit komt omdat de kern van de Nederlandse cultuur het gevoel is dat iedereen in principe gelijk is. Het onderliggende ethische principe is dat iedereen dezelfde mogelijkheden zou moeten hebben in de maatschappij en met respect moet worden behandeld. Het bijbehorende gedrag is ‘low profile’. ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’, is het credo. Je wordt geacht de talenten die je hebt gekregen te gebruiken. Dat je ze hebt wordt gezien als geluk en niet als eigen verdienste.

Dit volkskenmerk is ook terug te vinden op de werkvloer. Autoritair managementgedrag wordt niet gepikt. Nederlanders vinden de Amerikaanse managementstijl vaak dictatoriaal. Iedereen doet zijn best en heeft er recht op gerespecteerd te worden. In Nederland verdienen managers respect door deskundigheid en niet door machtsspelletjes. Medezeggenschap is sterk ontwikkeld en Nederlanders zijn gewend om bij zaken die hen aangaan betrokken te worden. Er wordt dan ook veel vergaderd. Zij willen serieus genomen worden en zijn in ruil daarvoor ijverig en loyaal. Ook als de baas uit het zicht is verdwenen.

Arbeidsvoorwaarden zijn in vergelijking met bijvoorbeeld Amerika erg beschermend. Dit is ook reden dat veel wordt geautomatiseerd. Dit heeft onder andere negatieve gevolgen voor de klantgerichtheid. De bescherming heeft ook tot gevolg dat Nederland relatief de meeste uitzendkrachten heeft. Die kunnen immers wel gemakkelijk ontslagen worden.

Buitenlanders zijn in eerste instantie meestal geschokt door de directheid van Nederlanders. Na een tijdje in Nederland gaan ze het meer waarderen. De meeste Nederlanders hebben helemaal niet in de gaten dat ze nogal direct zijn. Ze zijn gewend te zeggen wat ze vinden los van tegen wie ze het zeggen. Dat geldt voor hun mening, maar ook voor het geven van goedbedoelde adviezen. Het gaat Nederlanders om de inhoud en het product, niet om de vorm. Nederland kent een zodanige sociaalideologische pluriformiteit dat er zelden een meerderheidsvisie bestaat over een onderwerp. Hierdoor zijn overleg en compromissen zoeken in de volksaard gaan zitten. Mensen overtuigen is dan ook een veel belangrijker managementtool dan macht. 

Ook zijn Nederlanders makkelijk in het uiten van zelfkritiek. Een zwakte of een leemte in kennis toegeven wordt gezien als krachtig. Daar hoef je je niet voor te schamen. Nederlanders zijn perfectionisten. Het moet goed en als het niet goed is, reorganiseren ze net zo lang tot het wel goed is. In dit alles zijn ze ook erg serieus en beheerst. Openheid, spontaniteit en vrolijkheid zijn niet te zien. Nederlanders relativeren, hebben weinig conflicten, overleggen over alles en nog wat en besteden daar veel tijd aan. Als ze het dan eindelijk eens zijn, is een afspraak ook echt een afspraak. 

Twee factoren hebben deze karaktertrekken beïnvloed: Calvinisme en de vorming van de Republiek na de strijd tegen de Spanjaarden. Allereerst het Calvinisme. De Nederlandse uitgesprokenheid komt voort uit de protestantse godsdienst, waarbij de Bijbel nogal letterlijk wordt genomen. Iets is of goed of kwaad, zwart of wit! Geen grijstinten. Ook ingehouden emoties horen bij het Calvinisme. De tweede verklaring komt voort uit de manier waarop de staatsvorm tot stand is gekomen. De strijd tegen de Spanjaarden in de zestiende eeuw werd gewonnen door de burgers die hun leiders zelf hadden gekozen. Vanaf het begin was de bevolkingssamenstelling pluriform. Geen enkele groep kon zijn wil opleggen aan een andere groep.

Nederlanders zijn pragmatische en realistische mensen. Dingen moeten concreet zijn. Ze zijn taakgeorienteerd. Een gevolg is dat ze minder oog hebben voor zaken als contacten, persoonlijke profilering, ceremonieel en context. Nederlanders kunnen heel goed zaken doen zonder hun zakenpartners goed te kennen. Ze staan bekend als betrouwbaar en punctueel. Afspraak is afspraak. Wel raken ze geïrriteerd als de andere partij zich daar niet aan houdt. Ook raken ze niet onder de indruk van, wat in meer relatiegeorienteerde landen wel het geval is, prestigieuze opleidingen en voorname familieachtergrond, hun machtspositie als baas of politieke contacten. In de Nederlandse zakencultuur geldt alleen wat je zelf gepresteerd hebt.

Nederlanders vinden geld heel belangrijk. Zeven eeuwen van handel hebben dat veroorzaakt. Waar in andere landen gokken populair is, zijn Nederlanders spaarders en zoekers naar koopjes. De populariteit van de vrijmarkt op koninginnedag is daar een voorbeeld van. In contrast daarmee staat dat Nederlanders vrijgevig zijn als het gaat om goede doelen en bij internationale crisissituaties. Met de toenemende rijkdom en het verdwijnen van de strikte moraal vanaf de jaren zestig geven de Nederlanders het geld inmiddels wat gemakkelijker uit.

Ook als het gaat om eetgewoontes zijn de Nederlanders pragmatisch. De Nederlandse keuken – maaltijdsoepen, donker brood, fruit, melk- en kaasproducten – vinden veel buitenlanders sober. Ook praten Nederlanders niet zoveel over eten. Soms lijkt het alsof het een noodzakelijk kwaad is. Nederlanders kennen dan ook de kortste lunchpauzes. Ook hier zien we een geleidelijke verandering. Uit eten wordt gewoner en thuis koken is voor veel mensen een hobby geworden.

Nederland is een geordend land. Alles is strak geregeld en georganiseerd. Dat geldt in de samenleving, op het werk en in huis. Zo’n goed geoliede machine is echter wel kwetsbaar. Er hoeft maar iets mis te gaan en er volgt een kettingreactie van vervelende gebeurtenissen. Als er bijvoorbeeld een ongeluk gebeurt staat alles voor lange tijd muurvast. De hang naar perfectie gecombineerd met pragmatisme leidt tot allerlei uitzonderingen en specificaties en zodoende tot een behoorlijke bureaucratie.

Kenmerkend voor de Nederlandse wetgeving is dat het de basiskenmerken van de Nederlandse cultuur reflecteert: gelijkheid voor allen, een open blik voor iedereen die minder privileges heeft en strikt gereguleerd. Dit leidt echter ook tot irritatie bijvoorbeeld in geval criminelen op grond van vormfouten vrijkomen. Tevens betekent het dat de wetgeving zich traag aanpast aan nieuwe omstandigheden als het internationale terrorisme en de technologische ontwikkelingen.

Nederlanders zijn echter niet altijd zo gedisciplineerd. Fietsers rijden massaal door het rode licht, automobilisten halen rechts in, afval wordt op straat gegooid, honden doen hun behoeften op de stoep, enz. Ook in Nederlanders schuilt anarchistisch gedrag. Wellicht als uitlaatklep voor de overgeorganiseerde samenleving.

Ook in de economie is alles strak geregeld. In de ogen van velen overgeorganiseerd. Dit schrikt zowel Nederlanders als buitenlanders af om een bedrijf te starten. Regelgeving op diploma’s en voorschriften voor beroepskwalificaties belemmeren mensen om over te stappen naar een ander vak. Ook in de woonwijken uit zich de regeldrang. Het is niet mogelijk om in een woonwijk je huis heel anders te schilderen dan de buren in hetzelfde rijtje. Op het werk is alles eveneens gestructureerd: werktijden, strakke agenda’s en vergadertijden, korte lunchpauzes.

Meningsverschillen lossen Nederlanders op door met elkaar te vergaderen tot ze een compromis hebben, waar mensen uit andere culturen dit doen in de wandelgangen of tijdens een goede lunch. Tijdens de besprekingen leggen ze een stevig fundament waarop de uitvoering – uiteraard planmatig – kan worden gebaseerd.

Nederlanders werken hard en gedisciplineerd binnen de uren waarvoor ze onder contract staan. Ze houden zich strikt aan de werktijden. Dat geldt niet voor hoger management. Zij maken weken van 70 tot 80 uur als het moet.  Ook de winkeltijden worden strikt gehanteerd. De openingstijden zijn ook beperkt als je het vergelijkt met niet-Europese landen.

Wij willen zelf bepalen wat ze doen. Persoonlijke vrijheid staat centraal. Voor uniformen en politie bestaat weinig respect. De Nederlandse autoriteiten weten dat ze kritisch worden gevolgd door het publiek en daarom houden ze een ‘low profile’. Daarbij leggen ze ook sterk de nadruk op misdaadpreventie. Ze zien preventie als even belangrijk als bestrijding van criminaliteit. In vergelijking tot andere westerse landen heeft Nederland veel minder politie en beveiligingspersoneel. Dit heeft te maken met het fundamenteel niet-autoritaire karakter van de Nederlandse samenleving.

In steden zijn allerlei leefstijlen openlijk zichtbaar. Het kan daarbij gaan om politieke visies, artistieke uitingen, seksuele voorkeuren, enz.. Als reactie glimlachen de Nederlanders en halen hun schouders op. Zich ermee bemoeien wordt als intolerant gezien en afgekeurd. Sociale controle wordt niet uitgeoefend, behalve dan dat men groepen die men niet waardeert negeert. Het resultaat is een mozaïeksamenleving waarin mensen zichzelf definiëren aan de hand van hun verbintenissen. Tolerantie is in dit verband een wat dualistisch fenomeen. Enerzijds is er veel van en anderzijds hebben Nederlanders sterke opinies die ook zeer intolerant kunnen zijn. De vrijheid en non-interventie hebben ook een donkere kant en dat is extreem individualisme.

Kenmerkend voor de Nederlandse wetgeving is het drugsbeleid. Met name het gedogen leidt tot verwondering. Enerzijds strikte regelgeving en anderzijds geen handhaving. Menig buitenlander wordt echter verrast door de nuance. De nuance die betekent dat er hard wordt opgetreden tegen handelaren, maar niet tegen gebruikers die als slachtoffers worden gezien die moeten worden geholpen. Gedogen uit zich ook in dingen als voetgangers en fietsers die door rood licht rijden of tegen de rijrichting in in een eenrichtingsstraat.  Ook onze benadering van ethische vraagstukken ligt gecompliceerd. Iets is verboden, behalve als aan een serie voorwaarden is voldaan, bijv. bij euthanasie werkt dat zo.

Nederland is een open economie, hetgeen reden is tot een kosmopolitische instelling en een receptieve houding ten opzichte van buitenlandse invloeden. Voor de Nederlanders is de wereld altijd een potentiële markt geweest. We zijn goed in talen en kijken veel buitenlandse programma’s. Ook de Nederlandse overheid mengt zich graag in internationale aangelegenheden, waarbij zij een voorstander is van het bevorderen van internationale samenwerking.

Nederlanders houden van hun land en vinden het een prettige plek om te leven. Nationale trots is daarentegen niet sterk ontwikkeld. Weinig Nederlanders kennen de tekst van het Wilhelmus en vlagvertoon is er weinig. Ook historisch besef is zwak ontwikkeld.  Dit alles verandert echter bij sporttoernooien.

Opvallend in Nederland is dat er zo weinig vrouwen werken in managementposities, maar ook in politieke en andere sectoren. Dit staat haaks op het beeld van de progressieve samenleving. Oorzaken liggen in het gebrek aan kinderopvangmogelijkheden, maar ook aan het progressieve belastingsysteem. Wel heeft Nederland het hoogste percentage parttime banen in de westelijke wereld.

Vanuit een internationaal perspectief is Nederland een individueel georiënteerd land. Niet zo sterk als Amerika, maar toch. Verbazing wordt gehoord als men ziet hoe ouderen hun leven doorbrengen in bejaardentehuizen weg van hun familie. Opvallend is verder dat Nederlandse stellen elkaar behoorlijk vrij laten om hun eigen carrière te maken en een eigen vriendenkring te hebben.

Buitenlanders vinden dat Nederlanders een strikte scheiding maken tussen werk en vrije tijd. Ook gaat alles hier op afspraak. Nederlanders respecteren privacy en zijn aarzelend om binnen te dringen in het leven van anderen. Wel zullen ze helpen wanneer dat gevraagd wordt.

De multiculturele samenleving is het belangrijkste politieke thema van dit moment. Het is een zeer gevoelig onderwerp met politieke correctheid en pleidooien voor een strenge aanpak. Op de achtergrond speelt ook hier de Nederlandse samenleving als hokjessamenleving waarin mensen veel vrijheid hebben maar tevens aan hun lot worden overgelaten. Patroon lijkt ook steeds meer te worden dat verschillende bevolkingsgroepen los van elkaar komen te leven. Verschillende groepen  blijven zo in gescheiden hokjes.

Buitenlanders valt dat op.  In de steden zijn Nederlanders gewend geraakt aan de multiculturele samenleving als het gaat om gemengde vriendschappen en relaties, etnische muziek en voedsel uit alle werelddelen. Waar Nederlanders slecht tegen kunnen is religieus fundamentalisme. Ze hebben zich in de jaren zestig en zeventig losgemaakt van het juk van de kerken en zitten niet te wachten op een herleving van strenge religieusheid.  Lange tijd had Nederland de naam tolerant te zijn. Steeds luider klinken nu harde standpunten ten opzichte van etnische minderheden. Onderzoek laat zien dat de tolerantie vergelijkbaar is met andere Europese landen. Het lijkt erop dat Nederlanders zich overvallen voelen door de snelheid van de veranderingen en de impact van de multiculturele samenleving. Deze gevoelens van onrust kregen een stem door de opkomst van Pim Fortuyn.

Vossestein is er in geslaagd een gedegen en soms verassende schets te geven van de Nederlandse cultuur door buitenlandse bril. Een interessant boek voor buitenlanders om zich voor te bereiden op leven en werken met Nederlanders. Het boek is toegankelijk en met gevoel voor humor en lichte zelfspot geschreven. Een heldere spiegel, die soms tot lachspiegel wordt!

Bert van Ravenhorst,
Maart 2009.