Boek: Spiral Dynamics

Spiral Dynamics - Denkfundamenten ontsluierd

Follow Max Herold on Twitter

Met een geruststellend ‘niets aan de hand’ worden hypes vaak weggewuifd. Ten onrechte, vindt toekomstonderzoeker Patrick van der Duin. Een artikel van zijn hand.

Hypes zijn in. De laatste maanden werden de media grotendeels in beslag genomen door de schuldbekentenis van Joran van der Sloot in de zaak-Holloway, de oprichting van ‘Trots op Nederland’ door voormalig VVD-politica Rita Verdonk en natuurlijk door Fitna, de anti-islamfilm van PVV-voorman Geert Wilders. Deze nieuwsitems werden door velen getypeerd als hypes. Een hype is volgens Van Dale een rage: ‘iets dat op zeker ogenblik sterk in de mode is’. De grote hoeveelheid berichtgeving over deze zaken bestond naast de feitelijke weergave en de reflectie en analyse daarvan, uit de klacht dat er een (te) hoge mate van aandacht voor was en de opvatting dat de media zich niet moeten laten meevoeren door hypes.

Onze ‘mediacratie’ brengt met zich mee dat de politieke aandacht voor een onderwerp recht evenredig is met en volgt op de aandacht van de media daarvoor. Ook hier is er kritiek op de ‘hijgerigheid’ van politici in het reageren op (ogenschijnlijk) losstaande gebeurtenissen en de nutteloosheid van spoeddebatten en Kamervragen. Het meest uitgesproken hierover is de vice-president van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, die vindt dat de Tweede Kamer te veel achter hypes aanholt, waardoor belangrijke maatschappelijke vraagstukken genegeerd worden.

Maar hoe erg is het dat hypes zo'n prominente plaats hebben in politiek? Natuurlijk is het zonde als politici zich meer met de korte termijn bezighouden dan met de lange termijn. Maar het is de vraag of hypes wel vereenzelvigd kunnen worden met de korte termijn. Hypes kunnen namelijk de voorbodes zijn van grootschalige maatschappelijke veranderingen.

Toekomstonderzoekers noemen dit ‘seeds of change’. Een voorbeeld. Het bericht enige tijd geleden dat in Amsterdam Zuid-Oost jonge meisjes orale seks bedrijven met jonge jongens in ruil voor een Breezer, werd door velen als een hype beschouwd. Bij nader inzien bleek het wel eens voor te komen maar niet, zoals werd gesuggereerd, op grote schaal. “Ouders, gaat u maar rustig slapen, er is niets aan de hand”, luidde het tegenbericht.

Echter, hier werd het kind met het badwater weggegooid. Dat het niet op grote schaal gebeurt was geruststellend, maar dat het wel eens gebeurt, en steeds vaker, is toch een teken aan de wand. En gezien andere, in tv-programma’s veelbelichte jeugdige seksuele uitspattingen in kroegen en op campings, misschien ook een teken des tijds. Het breezersletje kan symbool staan voor een andere seksuele moraal onder jongeren en vormt daarmee de kiem van een belangrijke maatschappelijke verandering.

Ander voorbeeld. Regelmatig duiken ambtenaren van de burgerlijke stand op die weigeren homostellen te trouwen, de zogenaamde weigerambtenaren. Nu kan men dit afdoen als een exotisch verschijnsel in eigen land. En juist christenen zijn geneigd dit verschijnsel te bagatelliseren zodat het vooral een praktische kwestie is, die eenvoudig opgelost kan worden door homostellen door moderne ambtenaren te laten trouwen.

Toch zijn weigerambtenaren exponenten van de ontwikkeling waarin religieuzen een grotere rol eisen in het openbare en politieke leven. (Let wel, het gaat hier niet om de vermeende groeiende rol van religie die, zoals blijkt uit keiharde SCP-data, niet klopt) De spanning tussen religie en (grond)wet, veelal benoemd als ‘botsende grondrechten‘, zal politici en burgers uiteindelijk dwingen in de toekomst hierover een opvatting te formuleren en een besluit te nemen.

De praktische benadering om de ’hype’ te sussen, is echter alleen bedoeld om tijd te winnen. Maar van uitstel komt afstel en uiteindelijk zal blijken dat men geen tijd heeft gewonnen maar juist verloren door niet tijdig de ernst en urgentie van deze maatschappelijke kwestie in te zien.

Het kan misleidend zijn om hypes direct te onderwerpen aan grootschalig maatschappelijk onderzoek naar de seksuele beleving onder jongeren, omdat dergelijke veranderingen vooralsnog te kleinschalig zijn om goed vast te leggen. De reactie die dan op dergelijk onderzoek waarin de hype als een marginaal verschijnsel naar voren komt, valt te raden: ‘Zie je nou wel? Ga maar (weer) rustig slapen.’

En mocht dan toch blijken uit onderzoek dat er ‘iets aan de hand is’, dan is daar nog altijd het zoeken naar een uitvlucht door een historische parallel te trekken: ‘Dat bestond vroeger ook al maar toen noemden we het anders.’ Zo zijn de breezersletjes anno 2008 de wilde boerenmeiden van vroeger en zijn de hedendaagse weigerambtenaren familie van de klassieke ouderlingen die veel (ex-)protestanten nog kennen uit hun jeugd.

Het kan best zijn dat hypes vermoeiend zijn en ons toch al drukke leventje onnodig verzwaren en complexer maken. Maar juist hypes zijn aanwijzingen voor de toekomst. Daarop een standpunt vormen en beleid maken is geen kortetermijnactie maar juist een nuttige voorbereiding op een toekomst die anders zal zijn dan het heden en verleden. Wel is het dan zaak om hypes niet als losse en daardoor eenmalige gebeurtenissen te zien, maar ze te plaatsen in een breder patroon van maatschappelijke verandering. Als regeren echt vooruitzien is, dan moet men beslist oog hebben voor de hypes die een aanzet kunnen zijn voor een andere tijd.

De neologismen van vandaag zijn de feiten van morgen. Visionaire politici moeten beschikken over een early warning system om Joran, TON en Fitna te koppelen aan maatschappelijke trends. Hypes hebben immers de toekomst.

Patrick van der Duin is toekomstonderzoeker en werkt als universitair docent aan de TU Delft, faculteit Techniek, Bestuur en Management.