Feedback geven volgens het Johary Window |
|
|
| Geschreven door Max Herold - Managementissues.com | |||||
|
De tekst in aangepaste vorm en de voorbeelden zijn van Lies de Vries, projectmedewerker van het Bureau Teamgericht Werken van de Arbeidsinspectie, onderdeel van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het Johary window (ontwikkeld door Jo Luft en Hary Ingham) maakt zichtbaar hoe inzicht in het eigen functioneren wordt vergroot door feedback. Naarmate iemand meer feedback krijgt op zijn gedrag, wordt het kwadrant links onder groter.
Feedback geven. Iemand die goede feedback wil geven, moet aan de volgende voorwaar den voldoen: - Hij moet goed observeren wat het gedrag van de ander is. - Hij moet daarbij bij zichzelf nagaan welke emoties en reacties het gedrag van de ander tot gevolg heeft. - Hij moet informatie hierover goed over kunnen brengen - Hij moet dit ook w?llen doen en openhartig durven zijn. Verder gelden de volgende vuistregels: 1. meld wat u opmerkt; 2. geef aan wat het effect daarvan op u is; 3. en geef aan wat u daarvan vindt. 1. Meld wat u opmerkt. A) Geef aan wat u feitelijk waarneemt. Geef hierbij geen interpretaties en laat de ander zijn eigen conclusies trekken. Wel goed Ik zag dat je met de rug naar de groep toe ging zitten (feitelijke waarneming). Niet goed Volgens mij was je boos omdat je niet genoeg aan het woord kwam (interpretatie). B) Richt uw feedback op gedrag of prestaties en niet op het karakter van de persoon. Wel goed Je was veel aan het woord (gedrag). Niet goed Je bent dominant (karakter van de persoon). 2. Geef het effect aan. Benoem de gevolgen van het effect van de ander. Geef daarbij liever informatie dan advies. Wel goed Je ging met de rug naar me toe staan (feitelijke waarneming). Ik werd daar boos over want ik voelde me genegeerd (effect op eigen gedrag). Niet goed Je kunt beter niet met de rug naar me toe gaan staan want mensen stellen dat niet op prijs. Je zult dan altijd weer stand kweken enz. (advies). 3. Zeg wat u ervan vindt. Deze derde stap is niet altijd nodig. Als u bij stap 2 al heeft aangegeven dat u boos werd en u merkt dat de ander de boodschap oppikt, is het niet meer nodig om aan te geven wat u ervan vindt. Voorbeeld Je ging met de rug naar me toe staan (feitelijke waarneming). Ik werd daar boos over want ik voelde me genegeerd (effect op eigen gedrag). Ik vond dat vervelend want door mijn boosheid vond ik het moeilijk om het gesprek weer op te pakken terwijl ik dat wel graag wilde. |
|||||




