Persoonlijk leiderschap voor de doorgewinterde leidinggevende. |
|
|
| Geschreven door Bert van Ravenhorst. | |
|
Veel boeken over persoonlijk leiderschap zijn niet om door te komen. Vol goedkope tips alsof het gaat om kippen of geiten te houden. Zo niet het boek van Wibe Veenbaas en Piet Weisfelt simpelweg getiteld ‘Persoonlijk leiderschap’. De kern van de visie waaruit het boek is opgebouwd is dat het de persoonlijkheid is die leidinggeven kenmerkt. De leider is daarmee zowel schipper als schip! Vier maatschappelijke ontwikkelingen maken dat de authentieke persoonlijkheid steeds belangrijker wordt voor leidinggevenden. Allereerst de massificatie met als tegenreactie een toenemende nadruk op individuele ontplooiing. Basisvoorwaarde voor een leider is dat hij een autonoom wezen is. Alleen de autonome mens kan werkelijk dienen. Hij moet zijn eigen leven vorm kunnen geven, binnen de grenzen die de omgeving biedt en de grenzen van de persoonlijke mogelijkheden. Persoonlijk leiderschap vraagt nogal wat van de leider. Zo moet een leider in staat zijn tot een hoge mate van introspectie en moet hij zich bewust zijn van de wisselwerking tussen ervaringen in zijn omgeving en zijn innerlijke wereld. Daarnaast moet hij enerzijds richtinggever zijn, maar anderzijds ook zelf geleid kunnen worden. Vervolgens moet hij in staat zijn het eigen handelen steeds weer vanuit een ander perspectief te bekijken. Een hele lijst. Ga er maar aan staan! De belangrijkste functie van een leider is het dienen van de groep. De leider moet zich primair aanpassen aan de kwaliteiten van een groep. Omgekeerd gebeurt dat veel minder. De wijze leider gebruikt een minimum aan dwang om tot maximale resultaten te komen. De belangrijkste taak van een leider is een visie of bestemming ontwikkelen en de groepsleden inspireren daaraan een optimale bijdrage te leveren. De auteurs onderscheiden zeven kwaliteiten van leiderschap. Als eerste het vermogen om te aarden. Een leider durft zijn plek in te nemen en ervaart zichzelf als een positieve bijdrage in de wereld. Ten tweede weet een leider zich verbonden met een groter geheel. Het werk van Veenbaas en Weisfelt onderscheidt zich door de diepgang die het bereikt. Voor een boek van nog geen honderd bladzijden is dat opmerkelijk. Wel is het voor mijn gevoel vooral interessant en herkenbaar voor de meer ervaren leidinggevende. Een leidinggevende die reeds het een en ander heeft meegemaakt kan hieruit nieuwe inspiratie opdoen. Sterk vind ik, naast de nadruk op de persoon van de leidinggevende, ook de relativering van de mogelijkheden van leiderschap. Naast inspiratie geeft het boek ook de grenzen van leiderschap en onderstreept het vooral de dienende rol. Voor mij is het een van de weinige boeken over persoonlijk leiderschap die ik regelmatig opsla! Bert van Ravenhorst, |




