Boek: Spiral Dynamics

Spiral Dynamics - Denkfundamenten ontsluierd

Follow Max Herold on Twitter

‘Hij won de Nobelprijs samen met Pieter Zeeman, was lid van de Royal Society en legde de basis voor de relativiteitstheorie van Einstein: Lorentz was een van de grootste wis- en natuurkundigen die Nederland ooit heeft gekend. Toen hij in 1928 overleed, werden de telegraaf- en telefoondiensten drie minuten stilgelegd. Er moesten extra treinen worden ingezet om alle belangstellenden op tijd op de begraafplaats te krijgen. Prins Hendrik kwam persoonlijk de weduwe condoleren. Lorentz was een icoon. Albert Einstein, die op zijn begrafenis acte de présence gaf, en een dierbare vriend van Lorentz was, noemde hem een levend kunstwerk, een volmaakte persoonlijkheid, een genie. Hij was een wijs, goed mens, bruggenbouwer, wegbereider, grootmeester.’
(Anne J. Kox)

Toch zijn er de veel jaren na zijn dood geen echte gedegen biografieën over deze man verschenen die er toe heeft bijgedragen dat Nederland, en de universiteit van Leiden, medio 1900 en daarna een van de meest vooraanstaande universiteiten in de wereld was op het trein van natuurwetenschappelijk onderzoek. Tot afgelopen jaar, toen er opeens twee biografieën verschenen.
Ik (Max Herold) kon het niet nalaten beide biografieën te lezen. En dat adviseer ik een ander ook. Enerzijds laten de auteurs dezelfde lijn zien, anderzijds zijn ze complementair aan elkaar. Zelf ben ik begonnen met de versie van Berends en Van Delft. Die vraagt overigens wel enige algemene ontwikkeling in de natuurkunde. Vervolgens heb ik de versie van groot Lorentz-kenner Anne J. Kox gelezen, die iets makkelijker leest als ‘avondlectuur’, en uiteraard eveneens zeer gedegen is. Beide boeken geven ook een levendig en gedetailleerd beeld van de ontwikkelingen in de natuurwetenschappen zoals die voor en na 1900 plaatsvonden. In onderstaande samenvatting is vooral geput uit het werk van Anne J. Kox.

Meer weten?
Hendrik Antoon Lorentz: een levend kunstwerk
Auteur: Anne J. Kox
Uitgeverij Balans, 2019, 320 pagina’s
Klik op:
https://www.managementboek.nl/boek/9789463820677/hendrik-antoon-lorentz-1853-1928-natuurkundige-anne-kox?affiliate=1910

Lorentz: gevierd fysicus, geboren verzoener

Auteur: Frits Berends, Dirk van Delft

Uitgeverij: Prometheus, 2019, 728 pagina's

Klik op: https://www.bol.com/nl/p/lorentz/9200000114705026/?bltgh=oGOOjR-74RzmvvammJhDtA.1_4.6.ProductTitle

Waarom werd deze man zo belangrijk gevonden destijds? Wie was deze man, deze natuurkundige, wiens dood in de landelijke pers dagenlang voorpaginanieuws was. Wie was deze man, waarvoor landelijk de vlaggen halfstok hingen en voor wie zoveel beroemde vakgenoten, zoals Albert Einstein en Marie Curie, uit verre landen kwamen, om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden?

Lorentz was veel meer dan alleen wetenschapper. Hij zette zijn reputatie in ten behoeve van internationale vredesacties vlak na de Eerste Wereldoorlog, zijn vriendschap met Albert Einstein, wiens leermeester maar ook criticus hij was, zijn werk in Teylers Museum, en zijn onvermoeibare trouw aan een grote groep wetenschappers, nationaal en internationaal. Daartoe behoorden ook de Duitse wetenschappers welteverstaan, met wie Lorentz de vele decennia daarvoor diepgaande contacten had opgebouwd maar die na de WO I werden buitengesloten van wetenschappelijke conferenties.

Jonge jaren
Hendrik Anton Lorentz werd op 18 juli 1853 geboren in Arnhem. Hij was klein van stuk en begon pas laat te praten. Dat bleek geen teken van weinig intelligentie. Integendeel, hij deed het prima op school en was bij zijn medeleerlingen zo populair dat ze hem ooit een mooi potlood cadeau gaven. Verder was hij als kind al duidelijk dol op lezen. Op zijn zesde jaar ging hij naar de lagere school, maar gezien zijn slimheid, en omdat zijn vader dat nog kon betalen, ging hij naar de Franse school van meester Geurt Cornelis Timmer, een school van zes klassen voor meer uitgebreid lager onderwijs. Op de school werd ’s ochtends, ’s middags en, als de leerling dat wilde, ook ’s avonds lesgegeven. Meester Timmer nam het natuurkundeonderwijs voor zijn rekening. Hij was een enthousiast docent, die actief lid was en later zelfs voorzitter van het ‘Arnhems Natuurkundig Genootschap onder de Zinsspreuk tot Nut en Genoegen’. Niet alleen was Timmer een inspirerend docent, hij was ook auteur van populair-wetenschappelijke boeken. Met steun van meester Timmer deed Lorentz toelatingsexamen voor de derde klas van de Hoogere Burgerschool (HBS). Deze nieuwe vorm van middelbaar onderwijs was ingevoerd door Thorbecke in zijn wet op het middelbaar onderwijs van 1863, specifiek om op te leiden tot leidinggevende functies in de handel en de industrie. Ook op de HBS was er een leraar die op Lorentz een belangrijke invloed had: Hendrik van de Stadt, die natuurkunde doceerde. Een andere leraar van wie Lorentz veel leerde, ook buiten de lessen, was Jacob Maarten van Bemmelen, de directeur van de school, die scheikunde onderwees en die later, in 1874, hoogleraar in Leiden werd. Onder zijn leiding deed Lorentz zijn eerste experimentele onderzoek

‘Ik moest met een windmeter die aan een lange omhooggebonden lat was gebonden, met grooter of kleiner snelheid in een concertzaal ronddraven, en vervolgens, zoo goed en zoo kwaad als mijn toenmalige wiskunde het toeliet, het verband tusschen de aanwijzingen van mijn instrument en de snelheid waarmee ik geloopen had, in een formule uitdrukken.’  

Schoolprestaties
De schoolprestaties van Lorentz werden legendarisch. Op alle rapporten had hij voor bijna alle vakken het hoogste cijfer, zelfs voor theologie. Zijn veelzijdige begaafdheid was opmerkelijk. Noch met de exacte vakken, noch met de talen had hij enig probleem. Om zijn kennis van het Frans verder op te vijzelen, bezocht Hendrik vaak ’s zondags de Waalse kerk (terwijl hij niet veel op had met religie) en voor zijn Engels las hij Engelse auteurs, onder andere Charles Dickens. Op zijn eindexamen bleek nogmaals zijn begaafdheid. Hij was nummer één van de provincie Gelderland met alleen maar tienen. De examinatoren raadpleegden zelfs Lorentz antwoorden als ze niet helemaal zeker waren van de juistheid van het antwoord van een leerling. Maar ondanks zijn briljante eindexamen kon Lorentz niet meteen gaan studeren. Destijds was de HBS nog niet bedoeld als universitaire vooropleiding. Daarvoor was nog steeds een gymnasiumdiploma nodig. In de praktijk kwam dat er op neer dat aan HBS’ers een aanvullend staatsexamen Grieks en Latijn werd gevraagd waarvoor een extra studiejaar nodig was. Ook dat lukte Lorentz waarna hij natuurkunde ging studeren in Leiden.
De studietijd was een periode van hard werken en zuinig leven. Al na iets meer dan een jaar, op 6 november 1871, deed Lorentz kandidaatsexamen en slaagde daarvoor met de hoogste lof (magna cum laude). Dat was uitzonderlijk snel, maar volgens dochter Berta Lorentz was de wiskundige van Geer desondanks wat teleurgesteld over de prestaties van de kandidaat. Die teleurstelling verdween snel toen hij er daarna achter was gekomen dat hij in de vooronderstelling was geweest dat Lorentz doctoraalexamen kwam doen in plaats van kandidaatsexamen. Na zijn kandidaatsexamen besloot Lorentz dat hij zich ook door zelfstudie op het doctoraalexamen in Arnhem kon voorbereiden, wat hij op 14 en 15 juni 1873 deed, alweer met de hoogste lof.

Leraar aan de burgeravondschool
Om in zijn levensonderhoud te voorzien was Lorentz inmiddels, tegen een jaarsalaris van 1400 gulden, in oktober 1872 leraar geworden aan de Burgeravondschool, onderdeel van de Arnhemse HBS. Het was het eerste jaar behoorlijk lastig voor hem om les te geven aan leerlingen van dezelfde leeftijd of veel ouder dan hemzelf. Maar een jaar later bleek hij geleerd te hebben hoe hij dat moest doen en ging het hem steeds gemakkelijker af.
Bij een volgende sollicitatie naar een baan als leraar wiskunde op de HBS in Alkmaar werd hij afgewezen. Dat had te maken met het feit dat hij nog niet was gepromoveerd. In tegenstelling tot de situatie van tegenwoordig, was het in die tijd namelijk heel gebruikelijk dat leraren aan middelbare scholen waren gepromoveerd. Of ze nu aan gymnasium of aan een HBS lesgaven.
Naast het lesgeven in Arnhem, na zijn doctoraalexamen werkte Lorentz in de afzondering van zijn vaders huis stug door aan zijn proefschrift. Hij las het werk van de grote mannen op het gebied van de theorie van het electromagnetisme, zoals de Duitse Hermann von Helmholtz en de Engelsman James Clerk Maxwell. Op 11 december 1875 promoveerde hij, alweer magna cum laude, op een proefschrift met de titel ‘Over de theorie van de terugkaatsing en breking van licht’. Dat Lorentz nu gepromoveerd was, bracht voorlopig echter geen verandering in zijn leven. Hij bleef wonen in Arnhem en ging gestaag verder met zijn studies en onderzoekingen. Eind 1877 kwam aan dit rustige keven een nogal onverwacht einde.

Hoogleraar
In het voorjaar van 1876 nam het Nederlandse parlement een wet aan waarin het hoger onderwijs ingrijpend werd hervormd. De wet werd van kracht in oktober 1877. In navolging van ontwikkelingen in het buitenland, vooral Duitsland, werd niet alleen het onderwijs, maar ook de expliciete wetenschapsbeoefening een expliciet doel van de universitaire opleiding. Bovendien werd in Amsterdam het Athenaeum Illustre tot de derde volwaardige universiteit van Nederland verheven.
Naast het traditionele professoraat werd ook een nieuwe functie ingesteld, die van privaatdocent. In Leiden pleitte Lorentz promotor Pieter Rijke voor het instellen van een nieuwe leerstoel, die van de mathematische fysica. Dé kandidaat daarvoor was in eerste instantie Johan Dierik van der Waals, een ‘selfmade man’, eveneens gepromoveerd bij Rijke op een proefschrift dat hem in één klap wereldberoemd had gemaakt. Maar Van der Waals ging naar Amsterdam en Rijke vroeg Lorentz om te solliciteren. Dat lukte allemaal en daardoor werd Lorentz, en dat is een interessant detail, de eerste hoogleraar in Nederland en een van de eersten in Europa, die zich met het vak van mathematische – ofwel theoretische natuurkunde gingen bezighouden.
Lorentz benoeming tot hoogleraar en zijn verhuizing naar Leiden waren weliswaar ingrijpende gebeurtenissen, maar in één opzicht veranderde er niet veel. Hij ging door met hard werken, publiceerde regelmatig, en afgezien van het college geven trad hij maar weinig naar buiten. De thema’s die Lorentz aansneed in zijn dissertatie (elektromagnetisme en optica) en in zijn oratie (de moleculaire theorie) zouden in de eerste decennia van zijn hoogleraarschap leidend blijven voor veel van zijn wetenschappelijke werk. Zo ontwikkelde hij een wereldbeeld waarin een duidelijke scheiding bestaat tussen enerzijds de materie – die bestaat uit kleine deeltjes – en anderzijds de ‘ether’ – de toen gedachte tussenstof die als drager fungeert van de elektromagnetische werking.
Zijn publicaties leverden hem in de jaren erna in vakkringen veel aanzien op. Daarbuiten was hij vooralsnog minder bekend. Lorentz’ eigen maatschappelijke en openbare activiteiten waren in de eerste decennia na zijn benoeming vooral gericht op het geven van publiekslezingen. Daarin slaagde hij erin om veel ontoegankelijk natuurkundig werk voor een breed publiek toegankelijk te maken.

KNAW
In mei 1981 werd hij verkozen tot lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen, het centrale orgaan van de Nederlandse wetenschapsbeoefening. In mei 1884 werd hij ook gekozen tot lid van een ander vooraanstaand wetenschappelijk gezelschap, de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen in Haarlem. Die Maatschappij dateert uit 1752 en is een typisch product van de verlichting. Het doel was en is nog steeds ‘het bevorderen van wetenschap’ in de ruimste zin. In het academische jaar 1899 – 1900 was Lorentz ook rector magnificus van de Leidse universiteit

Ludwig Boltzman
Geheel in lijn met zijn behoefte aan afzondering waren zijn schaarse contacten met buitenlandse collega’s. Het Lorentzarchief bevat voor de periode 1887 – 1900 slechts een twintigtal brieven van natuurkundigen buiten Nederland. Twee van hen, de Duitser Woldemar Voigt en de Oostenrijker Ludwig Boltzman, nemen daarvan het leeuwendeel voor hun rekening.
De correspondentie met de beroemde Boltzman is vooral interessant vanwege de inhoud. Lorentz blijkt het werk van Boltzman op een paar belangrijke punten verbeterd en aangevuld te hebben. En dat werd door Boltzman ten zeerste gerespecteerd. Zoals Boltzman eens schreef (Anne J. Kox):

‘Al aan het poststempel en het handschrift zag ik dat de brief van u kont en ik verheugde me. Weliswaar betekent elke brief van u een door mij gemaakte fout; alleen ik leer daardoor zoveel dat ik bijna zou wensen nog meer fouten te maken om van u nog meer brieven te ontvangen.’

Box: Een belangrijke vroege publicatie van Lorentz
Een belangrijke publicatie daarin was een omvangrijk en ambitieus artikel dat al in 1878 verscheen. Het onderwerp was de voortplanting van licht in transparante tussenstoffen zoals glas. In het stuk, dat met recht een tour de force was, kwam bij tot belangrijke inzichten over de voortplantingssnelheid van licht en de eigenschappen van de materie. Een van de resultaten in dat artikel was de afleiding van een relatie tussen de brekingsindex van een stof en de dichtheid ervan. Deze relatie kreeg de naam Lorentz-Lorenz formule, mede naar de Deense natuurkundige Ludvig Lorenz die de formule eveneens had afgeleid, zij het op andere gronden. Een ander uiterst belangrijk succes dat mede uit dit artikel voortkwam, was een verschijnsel dat bekend zou worden als het ‘Zeemaneffect’ en waarvoor Lorentz in 1902, samen met Pieter Zeeman, de Nobelprijs zou krijgen.
(Bron: Wikipedia).

Huwelijk
Lorentz trouwde op 15 juli 1881 met Aletta Kaiser (1858-1931), een nicht van de sterrenkundige Frederik Kaiser en dochter van Johann Wilhelm Kaiser, de directeur van het latere Rijksmuseum. Lorentz was goed bevriend met Frederik Kaiser. Ondanks de rol van de kerk bij het huwelijk van Lorentz lijkt het er op dat hij niet echt gelovig was. Hij was in een rechtzinnig milieu opgevoed maar zijn voorkeur ging uit naar meer liberale geloofsopvattingen. Het echtpaar betrok een huis aan de Hooigracht nummer 60 in Leiden waar op 20 november hun eerste dochter Luberta (Berta, of Ber) werd geboren. Een half jaar later verhuisden ze naar nummer 48 waar ze meer dan 30 jaar bleven wonen. Uiteindelijk kregen ze drie kinderen. Ook dochter Berta promoveerde in de natuurkunde. 

Aanzien Nederlandse natuurkunde
De Nederlands natuurkunde stond, zoals al aangegeven, rond 1900 internationaal in hoog aanzien. Die ontwikkeling was gestart met het verschijnen van de geniale dissertatie van Van der Waals in 1873 over vloeibare en gasvormige toestanden. Dat Nederlandse topniveau bleek onder andere uit het feit dat in de korte periode tussen 1901 en 1913 aan niet minder dan vijf Nederlanders de Nobelprijs werd toegekend. Lorentz en Zeeman ontvingen de prijs in 1902, Van er Waals in 1910 en Kamerling Onnes in 1913. De vijfde Nobelprijs was niet voor natuurkunde maar voor scheikunde en ging naar Jacobus van ’t Hoff, die daarmee de allereerste laureaat in de scheikunde was.

Box: De Elektronentheorie van Lorentz.
Tussen 1892 en 1895 werkte hij verder de eerste vorm uit van wat later bekend werd als de elektronentheorie van Lorentz. Daarmee brak hij internationaal door. Optische eigenschappen van stoffen voerde hij terug op elektrische eigenschappen van atomen en moleculen. Deze bevatten volgens Lorentz gelijke ladingsdragers, de elektronen, die harmonisch trillen door invallende straling. Aanvankelijk noemde Lorentz ze in aansluiting op de toen nieuwe scheikundige terminologie nog "ioonen".
(Bron Wikipedia)

Dat veranderde na de eerste wereldoorlog. Leiden als centrum voor theoretische natuurkunde moest de competitie aangaan met andere plaatsen zoals Göttingen en Kopenhagen, met de beroemde Niels Bohr.
Lorentz bleef tot zijn dood in 1928 gezien worden als de onbetwistbare internationale nestor van de theoretische natuurkunde. En dat was niet toevallig. Talloze eredoctoraten en andere eerbewijzen, zoals de Rumford medaille van de Britse Royal Society zijn hem ten deel gevallen.

Teylers Museum
In 1912 gaf Lorentz zijn leerstoel in Leiden op en werd hij conservator van het Teylers Museum in Haarlem. In Haarlem kreeg Lorentz de beschikking over een eigen laboratorium, dat hij in Leiden niet had, maar bleef wel in Leiden doceren. Tot kort voor zijn dood gaf hij iedere maandag college. Dat ging vaak over nieuwe ontwikkelingen in de natuurkunde. Zijn opvolger in Leiden, Paul Ehrenfest, was een van zijn grootste fans.

De Solvay conferenties
Het respect dat hem ten deel viel, maakte ook dat hij de bijna vanzelfsprekende voorzitter werd van de eerste Solvayconferenties. Die werden georganiseerd op instigatie van industrieel Ernest Solvay in Brussel om meer inzicht te verkrijgen in de chemie en de fysica. Dit werd vooral geprobeerd te bereiken door verschillende conferenties over chemie en fysica te houden. De eerste Solvay-conferentie werd in de herfst van 1911 gehouden. Het was de allereerste mondiale conferentie over fysica. Daarvoor werden de grootste fysici van die tijd uitgenodigd. Denk aan namen als Marie Curie, Albert Einstein, Max Planck, Ernest Rutherford, en Maurice de Broglie.
Die conferentie, en ook de keren erna, werd voorgezeten door Lorentz. Mede door zijn meertaligheid, diplomatieke vermogens en topkennis van de natuurkunde waren ze een groot succes. Dit maakte van Lorentz een wereldfiguur, die letterlijk over de wereld werd uitgenodigd voor bijdragen. Zijn fenomenale talenkennis maakte dat hij zonder hapering of aarzeling bij discussies het in de ene taal gehoorde in een andere taal weer kon geven, met alles de juiste accenten gevend en de essenties eruit halend. Telkens opnieuw verbaasde hij de deelnemers daarmee. Dat, en zijn verzoenende capaciteiten, maakte ook dat Lorentz voor vele naoorloge vredesinitiatieven en verenigingen werd gevraagd.

Box: De Solvay Conferentie van 1927
De meest beroemde conferentie was die in 1927. Het onderwerp was elektronen en fotonen. Er werd vooral gediscussieerd over de nieuwe kwantumtheorie. Einstein en Bohr discussieerden over de implicaties van het onzekerheidsprincipe van Heisenberg, waarover ze al gecorrespondeerd hadden ("God dobbelt niet"). Het unieke bij deze Solvay-conferentie was ook dat 17 van de 29 aanwezigen ooit een Nobelprijs hadden gekregen.
(Bron Wikipedia)

De afsluitdijk
Een andere grootse bijdrage van Lorentz was de leiding die hij gaf aan de Staatscommissie voor de ontwikkeling van de Afsluitdijk. Zijn bezigheden voor die functie kostten echter veel meer tijd dan aanvankelijk de bedoeling was. Acht jaar lang boog Lorentz zich over berekeningen die voorspelden hoe geulen, golfslag en getij zich zouden gedragen bij een dijk tussen Friesland en Noord-Holland. Op het laatste moment kwam Lorentz met de knik die uiteindelijk in de Afsluitdijk werd vormgegeven. Mede dankzij enkele fundamentele modelmatige bijdragen van Lorentz is dit megaproject tot een goed einde gebracht. Hij was ook een van de weinigen die het geestelijke vermogen hadden de technisch wetenschappelijke kant van zo’n project te begeleiden. De berekeningen, voorvloeiende uit zijn modelmatige denken, bleken achteraf wonderwel goed te klopen. Die modelmatige bijdragen worden ook tegenwoordig nog gebruikt. Het leidde ook tot het 'verwijt' van Albert Einstein aan de ingenieurs in dit project dat ze Lorentz acht jaar lang voor een groot deel van de natuurkunde hadden geroofd. Maar dat liet onverlet dat Lorentz nog steeds tijd vond om te publiceren en zich van de laatste natuurkundige ontwikkelingen op de hoogte te stellen.

Albert Einstein 
Uiteraard zijn er de vele internationale wetenschappelijke contacten, waarbij vooral dat met Albert Einstein de nodige aandacht trok. Voor niemand had Einstein meer ontzag dan voor Lorentz, die hij als zijn leermeester zag. Wanneer het maar even kon, kwam Einstein logeren bij zijn mentor – eerst aan de Hooigracht in Leiden, later in de Haarlemse Julianastraat. Als Einstein daar op bezoek was, gonsde het van de geruchten dat ‘Einstein op bezoek was bij professor Lorentz.’ Dat gaf nog een extra magisch tintje omdat men dacht dat Lorentz een van de weinigen was die de met een bijna mystiek waas omgeven relativiteitstheorie van Einstein begreep.

Lorentzcontractie

De manier waarop licht zich voortplant door de ether stond eind 19e eeuw zeer in de belangstelling. Men dacht dat de snelheid van het licht, als dat reist door dit veronderstelde medium, op de snel door de ether bewegende Aarde in verschillende richtingen een verschillende waarde zou hebben. Zoals bleek uit een experiment van Michelson en Morley, was dit echter niet het geval. De lichtsnelheid bleek in alle richtingen precies gelijk te zijn. Dit betekende een paradigmaverschuiving, omdat daaruit bleek dat licht zich heel anders gedroeg dan geluid, waarover in die tijd al veel meer bekend was. Nog steeds is het gegeven dat de lichtsnelheid altijd constant is moeilijk te begrijpen en leidt het ogenschijnlijk tot de vreemdste paradoxen. Lorentz ontwikkelde om dit experiment te begrijpen het begrip van lokale tijd. Hij stelde ook voor dat lichamen die de snelheid van het licht benaderen, zich samentrekken (korter worden). Dit wordt aangeduid met de term Lorentzcontractie. Lorentz zag de lokale tijd die hij ontwikkelde als een puur wiskundige manier om de natuurkundige experimenten te beschrijven. Uit de Lorentzcontractie kon hij de conclusie trekken dat de lichtsnelheid de bovenste grens is van alle materiële snelheden. Met deze inzichten stond Lorentz aan de basis van de relativiteitstheorie, die ten volle door Albert Einstein werd ontwikkeld.
(Bron Wikipedia
).

De Amerikareizen
De wereldberoemdheid van Lorentz zorgde er ook voor dat hij uitnodigingen kreeg om collegereeksen te geven op Columbia University, University of Chicago en Caltech. Op Caltech was dat bijvoorbeeld zo’n vier keer per week, acht weken lang. De oversteek naar de VS, waar hij met alle egárds werd ontvangen, heeft hij twee keer gemaakt, onder andere op verzoek van Robert Millikan, die in 1923 de Nobelprijs won. De eerste keer ging hij met dochter Berta en de tweede keer met zijn vrouw Aletta. Naast de grote waardering die Lorentz kreeg voor zijn colleges, hebben beiden ook veel uitstapjes in tijd gemaakt om meer van e VS te ontdekken.

Tot slot: een levend kunstwerk

Anne J. Kox sluit zijn boek af met de volgende woorden:

‘Samenvattend kan worden gezegd dat Lorentz inderdaad moet worden gezien als een reus onder de natuurkundigen van zijn tijd. Wel blijkt hij – gelukkig – ook een mens te zijn geweest met zijn kleinere en grote zwakheden. In het totaalbeeld vallen de menselijke zwakheden echter in het niet bij zijn grote verdiensten voor de ontwikkeling van de natuurwetenschap, zowel in Neerland als daarbuiten. Met recht kan worden gesteld dat hij aan de wieg heeft gestaan van de moderne natuurkunde. Alles bij elkaar genomen, overheerst na het schrijven van deze biografie dan ook het beeld van Lorentz in Einsteins bloemrijke taal: 'een levend kunstwerk.’

De beide biografieën gelezen hebbend, deel ik die mening ten volle.

Max Herold
Februari, 2020