Reflexief Interactief Ontwerpen.

John Grin, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, attendeerde me via een mooi artikel getiteld Schoon water, een warm huis én droge voeten[i] op Reflective Interactive Design. Bij nadere bestudering bleken er niet veel artikelen over die methode te zijn geschreven. En al helemaal niet voor wat betreft toepassingen in het sociale domein. Onderstaand volgt een uitgebreide samenvatting van een van de weinige diepgaandere artikelen over Reflectief Interactief Ontwerpen. Het is geschreven door Bram Bos van de Universiteit Wageningen getiteld Reflexive interactive design (RIO)= Reflexive interactive design (RIO)[ii]

De stappen in het bijbehorende eindschema in deze samenvatting zijn door Max Herold voorzien van te beantwoorden vragen en aanvullende methodische informatie waar nodig.

Wat is
Reflexief Interactief Ontwerpen?
Reflexief Interactief Ontwerpen
is een methode waarbij niet alleen aandacht wordt besteed aan technische aspecten, maar ook aan de huidige én toekomstige contextuele inbedding van te maken ontwerpen of innovaties. Interactie betekent dat alle analyse- en ontwerpactiviteiten expliciet tot stand komen in nauwe interactie met alle belanghebbenden. Deze partijen worden aangemoedigd om een ​​reflexieve houding in te nemen.
Reflectie betekent expliciet formuleren waar ze hun waarden op baseren en wat hun aannames zijn in relatie tot het aan te pakken vraagstuk. Zowel ‘usual suspects’ als ‘unusual suspects’ worden betrokken om die vaak impliciete aannames te expliciteren en creativiteit in ontwerpen te bevorderen. Daarbij gaat het erom een
​​integrale, multi-perpectivistische benadering van de betreffende vraagstuk vorm te geven.

Drie pijlers
Reflexief interactief ontwerpen is volgens Bos gebaseerd op de volgende drie nauw samenhangende pijlers: denken, ontwerpen en doen.

1. Denken: reflectie op behoeften, belangen en vooronderstellingen van en door de belangrijkste ‘spelers’ (ook wel actoren) op basis van een interactieve aanpak, en analyse van dominante structuren die enerzijds nieuwe en gewenste praktijken kunnen belemmeren maar anderzijds kunnen bijdragen aan gewenste ontwikkelingen.
2. Ontwerpen: een methodische ontwerpaanpak, gericht op de synthese van behoeften van verschillende actoren – bij de veehouderij: dier, veehouder, burger-consument en milieu – op een dieperliggend niveau. Het resultaat is niet technisch in de enge zin van het woord, maar technologisch: een samenhangend geheel van techniek, levende wezens en structuren.
3. Doen: een gerichte strategie van implementatie, die is gebaseerd op het verbinden van partijen op individuele of institutionele motivatie, en die waar nodig belemmeringen in de omgevende structuur wegneemt. Deze drie pijlers vinden niet opeenvolgend plaats, maar in wisselwerking met elkaar (iteratie). Deze aanpak wordt reflexief genoemd om twee redenen. De eerste is, dat de aanpak een praktische uitwerking is van het idee van reflexieve modernisering uit de sociale theorie van Beck & Giddens (1994)[iii], waarbij het reflexieve slaat op de zelfconfrontatie van moderne maatschappijen met de zelfgeproduceerde neveneffecten. Deze zelfconfrontatie dwingt tot anders handelen, volgens Beck & Giddens. De tweede reden is, dat we het ontwerpproces zo inrichten, dat actoren kennis vergaren door de reflectie op behoeften en vooronderstellingen, en de analyse van dominante structuren. In het alledaagse leven werken we binnen die structuren en op basis van die vooronderstellingen, veelal zonder ze te problematiseren. Door ze expliciet te maken en ze kritisch te bekijken, vergroten we de gepercipieerde handelingsruimte van actoren.

Sociaal constructivisme
Reflexief interactief ontwerpen gaat uit van een constructivistische opvatting van technologie-ontwikkeling. Simpel gezegd gaat het constructivisme ervanuit dat het succes van een technologie of wetenschappelijke beweringen niet voortkomt uit de inherente kwaliteiten van een techniek of de absolute waarheid van die wetenschap, maar dat dit succes gemaakt (geconstrueerd) wordt in de werkelijkheid door verbindingen met andere technieken, met menselijk handelen en met andere beweringen over de werkelijkheid. Een klassiek voorbeeld van een succesvolle technologie is de VHS-videoband. Dat succes was niet gelegen in de superieure kwaliteit van VHS –integendeel, er waren technisch gezien betere alternatieven (zoals V2000 van Philips, en Betamax van Sony)–, maar in de succesvolle en dominerende adoptie door de porno-industrie.

Kenmerken van reflexief ontwerpen
Reflexief interactief ontwerpen onderscheidt zich van andere interactieve en participatieve ontwerpbenaderingen door de volgende eigenschappen:

1. Concreet
Concrete ontwerpactiviteiten als centraal onderd
eel van het proces.

2. Systematische inventarisatie
Systematische inventarisatie en verbinding van behoeften en waarden van betrokken actoren met de technische en structurele eigenschappen van het ontwerp.

3. Tweede orde analyse
Tweede orde analyse (aannames die worden gemaakt bespreken) van probleemdefinities en be
hoeften, en het vergroten van kansen op synthese van verschillende behoeften in een ontwerp. Geen onderhandeling, maar congruentie.

4. Transparant en strategisch actorschap uitvoerende professional(s)
Keuze voor zowel transparant als strategisch actorschap van de uitvoerende professional, op grond van een heldere opdracht van de financier. Reflexief interactief ontwerpen is daarmee veel meer dan interactieve procesbegeleiding.

5. Balans tussen mogelijkheden en structuur
Balans tussen openen van de oplossingsruimte doo
r het aan de orde stellen van vooronderstellingen en vaststaande beelden over wat mogelijk is, en het bieden van voldoende structuur en zekerheid aan partijen om actief deel te nemen: niet alleen in het denkproces, maar ook in het doen.

6. Transdisciplinaire benadering
Nauwe koppeling t
ussen natuurwetenschappelijke en sociaalwetenschappelijke kennis, en inzichten uit de geesteswetenschappen (waaronder de filosofie). Tegelijkertijd wordt in het ontwerpproces en in de vervolgfasen gebruik gemaakt van de expliciete en stilzwijgende kennis en ervaring van betrokken partijen uit de praktijk.

7. Systematisch ontwerpproces op basis van de methode
Van den Kroonenberg (methodisch ontwerpen, o.a. beschreven door (Siers 2004))[iv]: grondige behoefteanalyse; nauwkeurig scheiden van behoeften, functies en oplossingen; het scheppen van een zo groot mogelijk spectrum aan oplossingen voor dezelfde functie. De hieruit voortvloeiende programma’s van eisen en morfologische diagrammen bieden aanknopingspunten voor verschillende ontwerptrajecten, aangepast aan lokale omstandigheden en specifieke accenten.

8. Communicatie
Communicatie is essentieel in RID-projecten. Deze communicatie is tweeledig. De communicatie tussen de verschillende partijen die betrokken zijn bij de projecten is belangrijk voor de reflexiviteit. Door het uitwisselen van standpunten, waarden en visies kunnen gezamenlijke afspraken ontstaan. Omdat dit aspect van communicatie expliciet verbonden is met de afzonderlijke RID-projecten krijgt het meestal expliciete strategische en operationele aandacht. Daarnaast is er de meer gebruikelijke communicatie (informatieoverdracht) gericht op de sector en het grote publiek en het intermediaire veld.

Een globaal stappenschema voor RID.
Te beantwoorden vragen per stap vind je toegevoegd na het onderstaande schema. Deze maken geen deel uit van het genoemde artikelen maar zijn door Max Herold toegevoegd ter verduidelijking van het schema.

Schema 1: Reflexief Interactief Ontwerpen

 

Te beantwoorden vragen per stap (algemeen)

  1. Kernuitdagingen
    Wat zijn de kernuitdagingen die verbonden zitten aan het vraagstuk?
  2. Verkennende systeemanalyse
    Maak een verkennende systeemanalyse van het vraagstuk,.
    Het gaat dan om het geheel elementen/onderdelen/invalshoeken die in samenhang de totstandkoming en ontwikkeling van het vraagstuk bepalen. Dat betekent:
    * Maak een brede inventarisatie van verbandhoudende elementen/onderdelen/invalshoeken.
    * Beantwoord ook de vraag: waar is dit vraagstuk een onderdeel of een uitdrukking van?
    * Wat zijn de kernelementen/invalshoeken?
    * Hoe hangen die kernelementen met elkaar samen? Maak een systeemdiagram.
    * Wat zijn expliciete of impliciete aannames die worden gemaakt bij de voorafgaande vragen?
  3. Mogelijke toekomsten/toekomstscenario’s
    * Wat zijn trends/ontwikkelingen die direct dan wel indirect invloed hebben op het vraagstuk? Wat wordt meer/minder/anders m.b.t. het vraagstuk? En wat blijft eventueel hetzelfde?
    * Welke daarvan zijn zeker en een gegeven?

    * Wat zijn de belangrijkste onzekere trends?
    * Hoe kunnen mogelijke toekomsten eruitzien? Wat zijn mogelijke toekomstscenario’s waarin we verzeild kunnen raken?
    Gebruik daarvoor de scenariomethode. Zie voor een voorbeeld: https://www.managementissues.com/index.php/gezondheid/93-gezondheid/870-maatschappelijke-ineenstorting-of-niet-de-on-beheersbaarheid-van-virussen
    * Hoe zo een ‘ideaalplaatje’ eruit kunnen zien? Stel het is 20…? Hoe ziet de ideale wereld er dan uit met betrekking tot het vraagstuk?
  4. Stakeholderanalyse
    Maak een stakeholderanalyse. Neem daarvoor nog eens de elementen/invalshoeken voor ogen. Bekijk de wereld vanuit elk afzonderlijk element, invalshoek en ga na wie je als deskundige (wetenschap, praktijk, usual én UNusual) zou kunnen betrekken bij het vraagstuk. Betrek alle stakeholders bij het beantwoorden van de volgende vragen E-H:
  5. Randvoorwaarden en vereisten
    * Als we praten over omgevingsrobuuste én toekomstrobuuste oplossingen/ontwerpen, aan welke randvoorwaarden wordt dan op systeemniveau én in de praktijk voldaan?
    * Per randvoorwaarde: Hoe weet je dat aan een specifieke randvoorwaarde wordt voldaan? Wat zijn daarvoor ‘performance indicatoren’?
  6. Kernfunctionaliteiten
    Vanuit de kernrandvoorwaarden bekeken, wat zijn kernfunctionaliteiten/vereisten waarvoor oplossingen/ontwerpen dienen zorg te dragen?
  7. (Deel)oplosingen
    Brainstorm over mogelijke deeloplossingen via een morfologische analyse. Hoe je die maakt? Zie: https://www.managementissues.com/index.php/ontwikkelingstools/77-ontwikkelingstools/466-de-morfologische-matrix
  8. Combinaties van (deel)oplossingen
    Vanuit de morfologische analyse: vorm combinaties van mogelijke deeloplossingen en leg die tegen de geformuleerde randvoorwaarden: welke combinaties van deeloplossingen voldoen vanuit deze randvoorwaarden? Hoe verhouden ze zich met het eerder gemaakte ‘ideaalplaatje’?
  9. Schetsen en verhalen
    Maak van deze deeloplossingencombinaties schetsen en verhalen. Leg ze ook voor aan alle betrokken stakeholders? Wat betekent het voor het ideaalplaatje? Wat betekent het in de praktijk voor hun?
  10. Technische (detail)ontwerpen
    Ga verder met de schetsen en verhalen te vertalen naar concrete technische detailontwerpen. Toets ook die in het stakeholdernetwerk.
  11. Eigenaarschap
    Ga na bij de detailontwerpen wie op wel specifiek onderdeel eigenaarschap heeft/kan hebben en wat deze nodig heeft om ermee aan de slag te gaan.
  12. Barrières
    Besteed extra aandacht een mogelijke barrières: denk daarbij aan belemmerende wetgeving, actoren die benadeeld kunnen worden, lopende plannen etc.
    NB: dit moet je ook al in kaart brengen bij het inventariseren van randvoorwaarden.
  13. Kennisdelen
    Bedenk interactievormen, middelen en bijeenkomsten waarmee het hele netwerk van actoren kennis kan delen, samenhangen in de gaten kan blijven houden en ‘door de bomen het bos blijven zien’.
  14. Aanvullende exerimenten en onderzoeken
    Ga na welke aanvullende experimenten en specifieke onderzoeken nodig zijn bij afzonderlijke deeloplossingen, samenhangen tussen deeloplossingen. Kijk hoe die eventueel gefinancierd kunnen worden dan wel uitgevoerd door studenten of promovendi.
  15. Monitoren en evalueren
    Bespreek, monitor en evalueer voortdurend (ex durante) de voortgang met het hele netwerk:
    * Hoe werkt iets uit in de praktijk?
    * Zijn er onverwachte neveneffecten die oplossingen met zich meebrengen?
    * Zijn er verrassende contextuele ontwikkelingen (geleidelijke of plotselinge paradigmashifts) die van invloed zijn op de visie, randvoorwaarden, specifieke deeloplossingen en samenhangen daartussen.
    * Andere belangrijke punten, te weten…..


Succes ermee!

Max Herold
Oktober, 2020


[i] Zie: https://www.uva.nl/shared-content/faculteiten/nl/faculteit-der-maatschappij-en-gedragswetenschappen/nieuws/2021/10/duurzaamheid-schoon-water-een-warm-huis-en-droge-voeten.html?origin=ZTqIajedSzmOmNHrCB8ujw&utm_source=twitter&utm_medium=social&utm_campaign=fmg-sustainability&fbclid=IwAR2JXgCA1nlDDNJU_a8cQnwP_d6dXXcMKjVLAwEbU-KcZjdiWIsus8EKj-w

[ii] Bos, A. P. (2010). Reflexive interactive design (RIO)= Reflexive interactive design (RIO) (No. 344). Wageningen UR Livestock Research. Zie: https://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/fulltext/134709

[iii] Beck, Ulrich, Anthony Giddens, and Steven Lash. 1994. Reflexive modernization. Cambridge: Polity Press.

[iv] Siers, F.J. 2004. Methodisch ontwerpen volgens H.H. van den Kroonenberg. Amsterdam: Wolters-Noordhoff.