Ongeremd eigenbelang in de economie.

Welbegrepen eigenbelang is op zichzelf een goed werkende prikkel voor een gezonde economie. Ongeremd eigenbelang leidt echter tot allerlei ongewenste verschijnselen die de samenleving steeds meer lijken te ondermijnen.
Hoewel dit door velen wordt onderkend, ook in de politiek, wordt er weinig ondernomen om dit tegen te gaan. Dat is ook niet zo makkelijk, want economische structuren en de wetgeving die deze structuren beschermt zijn stevig verankerd in de samenleving.
Als je hier wat aan zou willen doen is het van belang die ongewenste verschijnselen nader onder ogen te zien, daarom zetten we ze hieronder op een rijtje.
Daarna proberen we de vraag te beantwoorden wat hieraan te doen valt.

Ongewenste verschijnselen in de economie

Voordringen/opdringen

Sinds het internet wereldwijd is gaan functioneren is dit verschijnsel sterk gegroeid.

Platformbedrijven zoals Airbnb, Uber en Booking dringen voor op het internet met systemen die aan Ransomware doen denken. Bedrijven en zelfstandigen die de feitelijke diensten leveren betalen hoge tarieven voor de tussenkomst van deze platformbedrijven.

Grote internetbedrijven zoals Google en Facebook leven van reclamegelden. Bedrijven die reclame willen maken kunnen nauwelijks om die giganten heen. Minder reclame maken wordt als riskant beschouwd, want om producten/diensten te kunnen verkopen heb je aandacht van consumenten nodig, zeker als het gaat om minderwaardige producten. Consumenten worden daarom overspoeld met reclame, waarbij het de vraag is wat er nog van doordringt tot consumenten. Uiteindelijk betaalt de consument wel de prijs voor al die reclame, waarvan de opbrengst vooral bij die grote internetbedrijven belandt.

Internet werd aanvankelijk gezien als een kans voor kleinere bedrijven om beter te kunnen communiceren met de voor hen relevante wereld, maar dat voordringgedrag verhindert dat inmiddels nogal. Er is nauwelijks regelgeving die daar wat aan probeert te doen.

Afromen

Beleggers/flitskapitalisten/hedgefondsen romen zoveel mogelijk geld af van de gewone economie, zonder daarvoor enige toegevoegde waarde te leveren. Kapitaal verschaffen is op zichzelf nuttig, bijvoorbeeld zoals het gebeurt in familiebedrijven. Maar als kapitaal alleen maar wordt gebruikt als geldmagneet, dan is dat vooral schadelijk en bepaald niet nuttig. Grote bedrijven passen daartoe allerlei fiscale trucs toe om zoveel mogelijk geld te kunnen uitkeren aan hun aandeelhouders. Ze lenen desnoods extra geld om extra dividend uit te kunnen keren of om eigen aandelen in te kopen. De rente op die leningen is bovendien aftrekbaar. De kosten hiervan moeten worden goedgemaakt via de prijzen die consumenten betalen. En als een bedrijf in financiële problemen zou komen wordt vervolgens gesnoeid in met name de personeelskosten of wordt steun gevraagd aan de overheid.

Beleggers in onroerend goed romen zoveel mogelijk geld af van hun huurders. Ondernemers in winkelstraten/-centra en woninghuurders in grote steden betalen de hoofdprijs. De inkomstenbelasting in box 3 zorgt bovendien voor een schappelijk tarief voor de verhuurders. Als een belegger voldoende schulden kan laten zien betaalt hij/zij zelfs nul procent belasting over de netto-opbrengst. De wetgever heeft dat blijkbaar zo gewild, waarbij wel de vraag kan worden gesteld of de wetgever zich de effecten hiervan voldoende heeft gerealiseerd.

Misleiden

Tal van producten en diensten worden aan de man gebracht met behulp van misleidende informatie. De werking van allerlei middeltjes die je bij de drogist kunt kopen wordt meestal fors overdreven. Financiële ‘producten’ lijken aantrekkelijk maar bevatten nogal eens verraderlijke trekjes met grote nadelen. Veel vakantiebestemmingen worden rooskleuriger beschreven dan ze in werkelijkheid zijn. Bij goedkope kleding krijg je niet te horen dat dit te danken is aan onderbetaling van werknemers. Consultants omgeven zich met een aura van kennis die meestal minder voorstelt dan het lijkt.

Voor klanten is het lastig om misleiding te doorzien, niet alleen omdat controle van al die informatie ingewikkeld is maar ook omdat ze meer gericht zijn op het beloofde resultaat en minder op de relatie tussen het product en dat beoogde resultaat.

Objectieve voorlichting aan consumenten lijkt tegenwoordig moeilijk te vinden. Op het internet is vast goede informatie te vinden, maar die lijkt te worden overstroomd door alle misleidende informatie die de overhand heeft weten te krijgen.

Het ‘vrije internet’ wordt als gezegd nauwelijks gereguleerd, waardoor de verwarring bij consumenten inmiddels groter is dan ooit.

Uitputten

De economie is nog lang niet circulair. Hergebruik van spullen, herwinnen van grondstoffen uit afval, biologische landbouw en opwekken van duurzame energie neemt allengs toe, maar nog lang niet voldoende. Het is nog steeds goedkoper om de aarde verder uit te putten. Je bent als producent dan een dief van de eigen portemonnee als je het milieuvriendelijker wilt doen, zolang andere producenten je blijven beconcurreren met goedkopere methoden. En consumenten zijn meestal ook niet zo idealistisch dat ze een hogere prijs willen betalen voor milieuvriendelijke producten. Milieuheffingen zijn nog steeds niet hoog genoeg om hiervoor te compenseren. Handel in vervuilingsrechten maakt het er trouwens bepaald niet beter op.

Uitbuiten

De meeste mensen krijgen weinig betaald in verhouding tot de waarde die ze produceren.
Daarmee ondersteunen ze de in verhouding hoge vergoedingen voor mensen aan de bovenkant van de arbeidsmarkt en vooral de hoge uitkeringen aan beleggers en aandeelhouders. Aangezien de macht ligt bij de beter betaalden lukt het nauwelijks om tot meer evenwichtige verhoudingen te komen. ‘One man, one vote’ geldt alleen bij verkiezingen en heeft verder bar weinig te betekenen.

Vakbonden doen wel hun best op dit gebied, maar dat heeft nog steeds niet geleid tot substantiële veranderingen. Jongeren, die nota bene het meeste last hebben van die scheve verhoudingen, geloven bovendien niet erg meer in vakbonden. Misschien is uitbuiting een overdreven uitdrukking als je ons land vergelijkt met veel andere landen, maar dat mag onze ogen niet sluiten voor zulke onevenwichtigheden.

Misschien blijkt het advies van de commissie Borstlap een opmaat te geven in de goede richting, maar de eerste reacties daarop waren niet hoopgevend.

Verslaven

Veel producten en diensten werken verslavend. Dat kan schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid, welzijn en welvaart van degenen die niet in staat zijn hun verslaving te beheersen. Een beetje verslaafd zijn we allemaal wel, denk bijvoorbeeld maar aan: computerspelletjes, spannende series, gokken, genotmiddelen, reizen. Bedrijven die zulke producten en diensten op de markt brengen proberen voor zoveel mogelijk verslaving te zorgen, dat is nu eenmaal hun verdienmodel. Met als gevolg een groot aantal mensen dat problemen krijgt met hun verslaving. En die problemen worden vervolgens afgewenteld op de samenleving als geheel.

Verspillen

Het is gemakkelijker om nieuwe producten te kopen dan oude te repareren. Het overaanbod in winkels en op het internet verleidt tot veel zinloze aanschaffingen. Veranderingen in de mode leiden tot vervanging van modegevoelige spullen zoals kleding en meubels. Producten met een lage kwaliteit houden het veel minder lang vol dan producten met een hoge kwaliteit. Bruikbare apparaten worden ingeruild voor nieuwe als die net wat meer kunnen. Niet-geïsoleerde gebouwen gebruiken onnodig veel energie. Te veel voedsel wordt nog steeds weggegooid. Onveilige producten kunnen forse schade veroorzaken met onnodige verspilling als gevolg.

Is er nog meer?

We hebben het nog niet over crimineel gedrag gehad, dat wel een combinatie lijkt van bovengenoemde verschijnselen. Hoewel het onwettig is blijkt het lastig in te tomen, onder meer omdat het opsporen ervan wordt belemmerd door wettelijke regels (die door criminelen totaal worden genegeerd).

Wat valt hieraan te doen?

Aangezien al dit soort economisch gedrag gedreven is door het geld dat ermee wordt binnengehaald ligt met name daar de sleutel tot oplossingen die zulk gedrag intomen.

Dat moeten dan wel krachtige maatregelen zijn, want beperkte maatregelen (zoals een laag belastingtarief of een geringe boete) hebben nauwelijks effect zolang de kosten daarvan in het niet vallen vergeleken met de winsten die ermee worden gemaakt.

In het geval van platformbedrijven kun je denken aan een belasting op hun hoge tarieven.

Bij reclame kun je denken aan het invoeren van een reclamebelasting.

Afroommechanismen kunnen worden tegengegaan door transactie-heffingen in te voeren, door rente op leningen niet aftrekbaar te maken, door de belasting op inkomen uit vermogen op hetzelfde niveau te brengen als de belasting op inkomsten uit arbeid.

In het geval van misleidende producten kunnen boetes worden geheven waarbij de bewijslast bij de producent ligt, dus niet bij de consument.

Ter stimulering van duurzaamheid liggen hogere milieuheffingen dan de bestaande voor de hand.

Uitbuiting kan worden voorkomen door een voldoende hoog minimum uurtarief in te voeren.

Verslaving kan worden teruggedrongen door de zorgkosten die hier het gevolg van zijn volledig door te berekenen aan de bedrijven die verslavende producten/diensten aanbieden.

Onnodige aanschaffingen kunnen worden tegengegaan door de prijs van nieuwe spullen te verhogen met alle kosten die gemoeid zijn met het verwerken van oude spullen.

Energieverspilling kan worden tegengegaan door enerzijds hogere belasting op energie te heffen en anderzijds financiële steun te bieden bij investeringen die tot besparing leiden.

Bij voedselverspilling moet je het hebben van voorlichting en ‘nudging’, wat door de overheid zou kunnen worden betaald.

Producten die schade veroorzaken kunnen worden aangepakt met hoge boetes, waarbij de bewijslast bij de producent ligt.

Criminaliteit kan worden tegengegaan door preventief beslag op vermogens van twijfelachtige herkomst, waarbij de bewijslast ligt bij degenen die dit vermogen bezitten.

Het probleem is niet zozeer dat er geen effectief beleid te bedenken is, maar dat er onvoldoende politieke wil is om straffe maatregelen te nemen, onder meer uit vrees voor minder economische groei. Kortetermijndenken overheerst, de politiek mag zich langzamerhand wel eens gaan afvragen hoe de lange termijn weer in zicht kan worden gebracht.

Zolang de politiek dit niet doet, wekken ze de schijn dat ze al dit ongewenste gedrag gedogen, wat eerder versterkend werkt op zulk gedrag dan ontmoedigend.

Peter van Hoesel
Juli, 2021